Warme gerookte mosselen
Het is wonderlijk hoe je je soms kunt voelen als je iets in de krant leest. Ik was trots op ‘ons’, op, zoals een politicus zou zeggen ‘wij als Nederland’, toen ik las over de HEMA in Parijs.
De HEMA in Parijs! Terwijl je juist denkt dat ze alles in Parijs hebben, en beter ook nog dan wij hierzo, zijn ze nu blij met een HEMA. En als je naar de foto keek begreep je heel goed waarom. Wat zag het er geweldig aantrekkelijk uit, de bungelende schuimspanen en zeven, de glazen beslagkommen, de pannen, het boeket rode soeplepels.
Dat zijn wij! dacht ik, nous le HEMA!
Ze hadden in Parijs, schreef de correspondent, alleen niet al die vakken voor mensen met natte jassen die buiten met moeite een plaatsje voor hun fiets hebben gevonden en nu een goedkope portemonnee zoeken, of een assortimentsdoos schroefjes. In Parijs zijn geen schappen, alleen stellingen en tafels. In Parijs is de HEMA tout à fait design.
Zouden wij hier ook best willen geloof ik. Hoewel – een HEMA zonder maillots, herenonderbroeken en plastic etuis zou wel vreemd leeg voelen. En het vreemdste van alles: een HEMA zonder de geur van rookworst.
Is dat nog wel een HEMA?
„Die worsten zijn voor Nederland heel karakteristiek, maar de Fransen zijn er niet aan gewend”, zei de assistent-manager van de Parijse vestiging.
Wordt het dan niet tijd dat de Fransen daar eens aan gáán wennen? Hoe kan er in Frankrijk ooit een rookworstwens ontstaan als er totaal geen rookworstaanbod is? Moeten we mede-Europeanen zoiets als de HEMA-rookworst onthouden, een echte rookworst die echt gerookt wordt?
Zelf heb ik onlangs ook weer echt gerookt, zij het geen HEMA-worst. Uiteraard. Helemaal geen worst eigenlijk.
Mosselen.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik dat idee niet van mezelf had. Een paar jaar geleden was ik eens bij een Zeeuw op bezoek en die serveerde bij wijze van voorafje warme gerookte mosselen.
Overheerlijk.
De gastheer toonde zijn bijkeuken waar een rookoventje stond waarin hij de mosselen rookte.
Zo’n rookoventje heb ik ook.
Dus ik dacht laatst: kom, ik probeer dat eens.
Eigenlijk is de tip al bijna het hele recept, want veel hoef je er verder niet aan te doen. Alleen maar zorgen dat het mosselvocht niet de rookmot in loopt want dan rookt er niets meer. We hebben het over zo’n gewoon rookoventje voor op het gas, een rookdoos als het ware, waar je onderin 2 theelepels rookmot legt, liefst niet met kersensmaak of iets van dat walgelijks. Gewoon naar hout geurende rookmot, bij elke winkel in keukenwaren te verkrijgen, net als die oventjes trouwens.
Op de mot leg je de dichte plaat die tot de standaarduitrusting van het oventje behoort. Die bedek je met een lange strook aluminiumfolie in de lengte en ook in de breedte leg je nog wat folie, zodanig dat niet elke druppel nattigheid meteen naar onder in het oventje stroomt. Maak het oventje warm, als je de mot begint te ruiken leg je de mosselen in één laag op de bodem en sluit de doos.
Na een minuut of vijf even kijken hoe het ermee staat. (Afzuigkap aan tegen de rook.)
Eet de mosselen warm, zo uit de schelp, bij een glas volle witte wijn.
Warme gerookte mosselen
Als hapje voor vier personen
1 kilo mosselen
