Salade met twee soorten selderie
Naast een van de geparkeerde en volledig in sneeuw ingepakte auto’s in een Amsterdamse straat stond een klein kereltje.
„Wil je een sneeuwbal gooien?” vroeg hij onverhoeds.
Naast hem op de witte motorkap lagen verschillende door hemzelf voorgevormde sneeuwballen.
„Jawel”, zei ik voorzichtig. Ik was eerlijk gezegd enigszins bevreesd dat hij nu een prijs zou gaan noemen, want zo gaat dat vaak. Wil je een elastiekje, de hond aaien, zien wat er in dit doosje zit? 50 cent.
Maar dit was geen kleine zakenman. Hij wees discreet op zijn assortiment sneeuwballen en zei: „Zoek er maar eentje uit.”
„Zal ik hem tegen de auto aan de overkant gooien?” vroeg ik.
„Je mag hem ook tegen onze ruit gooien”, zei het jongetje en wees achter me. Daar, achter een raam op de begane grond, stond een nog iets kleiner ventje uitnodigend te zwaaien. Ik mikte op hem en hij dook lachend weg.
Ik bedankte zijn nog immer ernstig kijkende broertje en liep verder.
Wat was de bedoeling van dat jongetje? Was zijn broertje achter het raam ziek en bezorgde hij hem op deze manier toch sneeuwpret? Hij stond er zo geduldig in de kou, met zijn kleine voorraad zorgvuldig gevormde sneeuwballen.
Ik moest denken aan die rare reclame die nu almaar op de radio en de televisie is, waarin kinderen hun ouders verwijten dat ze vuile voeten maken op de vloer die zij net hebben gedweild, of met elkaar strijden over wie de afwas en de bedden mag doen.
Grappige kinderen denk je. Maar dan komt een gebronsde mannenstem binnenvallen die zegt: „Was het maar waar. Met zúlke kinderen zou je je over later geen zorgen hoeven maken.”
Een heel vreemde tekst, want wie zit zich nu de hele tijd bezorgd af te vragen wie er later de vloer zal dweilen of de bedden opmaken? Laten we ons eerst maar eens zorgen maken over wat vanavond te eten. Bijvoorbeeld deze salade die gebaseerd is op alweer een fijn recept van Yvette van Boven.
Schil de knolselderie (even een gedoetje, maar het loont), snijdt hem in plakken en de plakken in dikke lucifers. Bewaar die in een bak koud water met citroensap.
Snijd de bleekselderie op twee stengels na in stukken en die vervolgens ook in dikke lucifers van ongeveer dezelfde maat als de knolselderie. Zet een pan water op, doe er zout in en kook de twee selderies een minuut of tien tot ze zacht maar niet papperig zijn.
Snijd de twee overgebleven stengels bleekselderie grof en kook ze gaar. Pureer ze in een blender met de fijngehakte knoflook, de mierikswortel, de azijn en de olie. Voeg wat zout en peper toe en proef.
Giet de helft van de dressing over de twee selderies en laat een uurtje staan, dan trekt de smaak goed in.
Hak de peterselie en de dragon. Schep die met de granaatappelpitten door de salade. Verdeel de geitenkaas erover en schep er nog wat extra dressing overheen.
Salade met twee soorten selderie
1 kleine knolselderij
sap van 1 citroen
1 struik bleekselderie
150 gram zachte geitenkaas
1 granaatappel
klein bosje peterselie
half bosje dragon
dressing:
2 stengels bleekselderie
1 teentje knoflook
½ el versgeraspte mierikswortel
3 el rode wijnazijn
1 dl zonnebloemolie
