Spaanse raasdonders
Er is een hevige strijd gaande in het Spaanse hotel dat gerund wordt door Lukas, en waar de rest van de ploeg van ‘t Spaanse Schaep naartoe is gereisd om hem te helpen. Tante Door zal de keuken runnen en als vrouw van de wereld zegt ze: „’s lands wijs, ’s lands eer” en besluit een paella te maken. Dit tot ontzetting van tante Riek die verklaart dat haar man niet tegen Spaans eten kan. Zij wil kapucijners maken, raasdonders, met gehakt.
De krachtmeting tussen Riek en Door neemt meteen de vormen van een oorlog aan. De eerste avond wordt het paella.
’s Nachts stookt Riek haar man op om in te grijpen. Dat is niet zo moeilijk. Ze vertelt hem gewoon wat voor dingen ze in de Spaanse slagerij gezien heeft waar ze gehakt wilde halen: hersenen! Stierenballen! Pens!
En als haar man met een mengeling van angst en opluchting zegt dat zij dat toch niet gegeten hebben,onthult ze hem wat zij dan wel gegeten hebben: inktvis!
Nu is het makkelijk. De man hoeft de volgende dag alleen maar tegen zijn maten te zeggen: „Weet je wat wij gegeten hebben? Inktvis!” en de strijd is al beslecht. Raasdonders met gehakt, dat willen ze hebben en niks meer van die Spaanse gekkigheid.
Wij kijkers hebben de ‘inktvis’ ook gezien. Het was geen inktvis maar een octopus, die er trouwens zo mogelijk nog onaantrekkelijker en afschrikwekkender uitziet, zo’n kluit grijze glibber.
Iedereen moet wat overwinnen – denk ik – om er eentje te kopen en daar dan mee in de keuken te zitten met de opdracht dit tot iets smakelijks te maken. Te meer omdat je hem eerst moet schoonmaken en omdat het eerste koken van octopus, zonder water in de pan, ook niet erg lekker ruikt. Daarna wordt het stukken beter.
Maar het is maandag en dus winnen ook hier de raasdonders, zij het niet met gehakt. Ik hield kapucijners altijd voor dikke melige winterse bolletjes tot ik ze eens zelf kon plukken en direct daarna eten: heerlijk! Niets minder dan verse doperwtjes. Nu is het geen zomer en er valt niets te plukken. Maar Hak heeft van die potjes met jonge kapucijners die ze ‘malse veldertjes’ noemen. Die zijn ook erg lekker. Zeker met een Spaanse peterselieolie.
Hak het sjalotje fijn en bak het in wat olie. Hak een stengel bleekselderie en een halve wortel en laat die even meefruiten. Verkruimel een gedroogd Spaans pepertje of neem wat chilivlokken en bak die even mee.
Schil de aardappelen en snijd ze in stukjes. Doe ze bij de groenten in de pan.
Giet de groentebouillon erbij en laat een kwartier koken.
Giet de veldertjes af en spoel ze ook even af. Laat ze uitlekken en voeg ze bij de soep.
Verwarm de fijngehakte knoflook met de olie op matig vuur. Laat de olie warm worden, maar de knoflook moet niet gaan bakken. Zet het vuur uit en laat de olie tien minuten afkoelen. Hak de peterselie fijn en roer die met het zout door de olie.
Proef de soep op peper en zout, voeg eventueel een kneepje citroen toe. Dien hem heet op, met korsterig brood en voeg aan tafel naar believen peterselieolie toe.
Spaanse raasdonders
Voor 4 personen
1 sjalot
1 stengel bleekselderij
1 kleine winterwortel
1 l groentebouillon
2 potten (720 ml) malse veldertjes
3 vastkokende aardappelen
1/2 bos peterselie
2,5 dl olijfolie
4 teentjes knoflook
