Gran Farro spelt- en bonensoep
Dat kookcolumnisten en chefkoks en andere kookfanaten zo bespottelijk gefixeerd zijn op alles zelf maken, schreef Rosanne Hertzberger afgelopen zaterdag in deze krant. Dat het almaar gaat over vers en puur en er zo’n hysterische angst bestaat voor pakjes en zakjes onder deze groep. Maar dat er niets tegen pakjes en zakjes is, en dat de voedingsmiddelenindustrie juist zo haar best doet, en dat je als je niet zo van koken houdt, dolblij bent met kant-en-klaar.
Het was wel een fris stuk, vond ik. Want inderdaad, de laatste jaren gaat het over niets anders meer dan puur en vers en seizoens en biologisch en zelfgemaakt en daar word je wel eens een beetje flauw van. Als ik in een recept zeg dat een maggiblokje geen kwaad kan in de soep of de saus komen er al boze opmerkingen.
Het ‘puur en vers’ is tot een waar geloof uitgegroeid. En hoe leuk het ook is om dingen zelf te maken, dat vind ik tenminste wel, het is ook wat overdreven om nooit meer een fles of een potje te kunnen inzetten.
Er is natuurlijk zo goed als niemand die alles zelf maakt, van mosterd tot mayonaise, van brood tot yoghurt. En ook kan of wil niet iedereen voortdurend op jacht zijn naar leveranciers die de beste kazen, hammen, spek, kweeperen of radicchio leveren.
Ook begrijp ik best dat er mensen zijn die géén aardigheid hebben in koken. Hun goed recht zou ik zeggen. Al kun je kookschrijvers en kookliefhebbers en televisiekoks moeilijk verwijten dat zij niet zeggen: weet je wat, neem een kant-en-klaarmaaltijd of een saus uit een potje. Dat is nu eenmaal niet hun taak. Je kunt een autoprogramma ook niet verwijten dat het niet het gebruik van de fiets propageert.
Wij moeten zeggen: koken is leuk, maak uw eigen slasaus! Dan kan Hertzberger denken: mooi niet, ik neem gewoon Thousand Islands dressing uit een fles. En dan kan ik weer denken: getverdemme. Niets viezers dan kant-en-klare sladressings met hun rare, veel te hevige zoete smaken.
Natuurlijk eet ik ook wel eens een soepje uit een pak en dan ben ik Unox best dankbaar. Al zou ik niet steeds soep uit zakken willen eten.
Dus maar weer gewoon zelf soep gemaakt – hoe ‘middeleeuws’ een moderne vrouw als Hertzberger dat ook vindt.
Overgiet de bonen en de spelt met kokend water en zet ze anderhalf uur te weken.
Hak de selderie, de wortel, de ui en de knoflook fijn en fruit ze even aan in twee eetlepels olijfolie. Doe er de kruiden bij.
Giet de bonen en de spelt af, spoel ze af en doe ze ook in de pan. Giet er royaal water bij en laat het geheel ten minste een uur zachtjes koken. Strooi er zout bij en proef even hoe gaar de bonen zijn.
Schep, als de bonen en de spelt zacht genoeg zijn, een grote schep groenten en bonen uit de pan en houd die apert. Pureer de rest met de staafmixer. Doe de groenten terug in de pan, proef, breng eventueel nog verder op smaak met zout en peper, of, vooruit, een bouillonblokje, en dien de soep op met een scheutje olijfolie in ieder bord. Of laat ’m een dagje staan, dat is eigenlijk lekkerder.
Gran Farro
spelt- en bonensoepVoor 4 tot 6 personen
150 g witte bonen
150 g spelt
olijfolie
1 stengel bleekselderie
1 niet te grote peen
1 ui
2 teentjes knoflook
paar takjes tijm
2 laurierblaadjes
