Hop, de kip in de vuilnisbak
In Oh, oh Cherso, waarin acht jonge Hagenezen op vakantie zijn in een uitgaansplaats op Kreta, zie je soms ook iets van hoe de jongelui koken en eten. Allemachtig! Ik denk vaak dat iedereen helemaal plat gezeurd is over gezonde voeding en biologisch en verantwoord en noem de hele riedel maar op, maar hier zie je maar weer eens dat dat begrippen zijn die voor sommige mensen geen enkele rol spelen.
Laat staan dat er zoiets zou bestaan als ‘aardigheid in koken’. Moderne jongens en meisjes zijn vaak opmerkelijk traditioneel, deze ook. De meisjes ‘koken’. Je ziet ze onhandig met grote messen in de weer, griezelen van kipfilet die ze niet in stukken gesneden krijgen. De hulp van de jongens wordt ingeroepen, en ja hoor, heldhaftig snelt er een aan en hakt de gevaarlijke kipfilet in stukken. Maar in een onhandige beweging gooit hij vervolgens de plank met kipfilet op de grond.
Ontzetting! Met afgewend gezicht wordt het nu intens smerig bevonden vlees rechtstreeks in de vuilnisbak gekieperd. Want ze kunnen misschien niet koken, ze weten wel wat hygiëne is.
We zien ze eieren aan de pan vastplakken en ook daar weer flink griezelen. Van ei! Meisjes kunnen zo onbedaarlijk tuttig zijn.
De jongens zullen een avond koken voor de meisjes en besluiten tot een barbecue. Eentje ontfermt zich daarover en grilt vis en garnalen – een mooi initiatief. De andere twee overleggen nog even of ze geen salade ‘voor de dames’ moeten maken maar besluiten dan dat dat te veel moeite is. Zelf neemt een van hen, voor de barbecue klaar is, maar even ‘twee hamburgertjes’.
Allemaal verklaren ze dat thuis hun moeder kookt – ze zijn tegen de twintig en hoeven dat dus nog niet te kunnen. Ik hoop althans dat dat ‘nog niet’ correct is. En dat ze thuis wel normaal samengestelde maaltijden krijgen.
Intussen zag je maar weer eens dat ook een ei bakken een kunst is, ook al wordt er altijd gedaan of er niets makkelijker is dan dat.
Echt makkelijk, en bijzonder lekker, is deze vis met brood. Neem er wel een salade bij. Of anderszins iets van groente. En mocht hij op de grond vallen: raap hem op, spoel hem af, dep hem droog en ga verder met koken. Dweil ook de vloer van de keuken.
Kabeljauw met ansjovisbroodkruim (voor vier personen)
- 1½ pond kabeljauw of koolvisfilet
- 3 sneetjes wittebrood
- 2 takjes rozemarijn
- 6 ansjovisfilets
- 1 dl olijfolie
Neem bij voorkeur een dikke filet aan één stuk – er is tegenwoordig veel verantwoorde kabeljauw te krijgen, veel supermarkten hebben die ingevroren met MSC-keurmerk, maar op de markt kun je hem ook vers krijgen.
Snijd het witbrood in kleine dobbelsteentjes.
Doe de olie in een koekenpan met dikke bodem en leg een takje rozemarijn daarin. Laat de olie langzaam warm worden en even zachtjes trekken zodat de rozemarijnsmaak erin gaat zitten.
Spoel de ansjovisfilets af en smelt ze in de olie door ze wat om te roeren. Dat is zo gebeurd.
Bestrooi de vis met peper (geen zout, want de ansjovisolie is al zout). Vet een ovenschaal licht in, leg er een takje rozemarijn in en daarbovenop de vis. Verspreid het broodkruim over de vis en giet de ansjovisolie over het geheel. Leg het takje rozemarijn er bovenop.
Zet de vis twintig minuten in de oven en voel dan even met een mes of de vis gaar is, dat ligt een beetje aan de dikte van de filet.
Het broodkruim is nu deels knapperig, deels zacht en combineert heel lekker met die vis.
