Bakken is cool, bakken is design
Een taart maken is meestal nogal knoeierig werk. Binnen de kortste keren zit alles vol meel, op het aanrecht staat een lege eierdoos met daarin en ernaast eierschillen, ergens ligt een pakje boter open, overal liggen messen en staan kommen en je schort is besmeurd met rauw beslag, eierstruif en meel. Met een beetje geluk zitten verschillende van die ingrediënten ook op je mouw en in je haar.
Hoe anders zou het kunnen zijn! Dat zag je aan de foto’s gisteren op de voorpagina van NRC Handelsblad, foto’s die Carl Kleiner heeft gemaakt voor het boek Hembakat är bäst (‘Zelfgebakken is het beste’) een bakboek dat Ikea Zweden gratis geeft aan mensen die keukenapparatuur bestellen.
Die foto’s hebben niets te maken met geknoei. Ze zijn van een Japanse orde: kaarsrechte partijen meel, of juiste kleine piramides van bloem, de gelatineblaadjes voorbeeldig geschikt, vanillestokjes die eruit zien of ze door een kunstenaar met een penseel gemaakt zijn. Als je je ingrediënten zo uitstalt, kan de taart bijna alleen maar tegenvallen – mooier dan dit kan het niet worden. Wel grappiger. Dat zie je aan de peperkoekmannetjes en -vrouwtjes die gemaakt zijn van die ingrediënten: grappige wezentjes in bikini’s en zwembroeken van wit suikergoed, of met een gestreepte trui van roze suiker – je krijgt enorm zin om peperkoekwezentjes te bakken.
Bakken is hier nu eens niet iets met schorten en moeders en domestic godesses en overal kinderen enz. Bakken is cool. Bakken is design.
Dan kan zelfs de appeltaart, huiselijkste aller taarten, misschien wel weer meedoen, die overigens inmiddels door allerlei hippe cafés al is herontdekt.
Deze appeltaart met custard vond ik in het zeer aanbevelenswaardige kookboek 52 weekendmenu’s van Onno Kleyn en Loethe Olthuis.
Appel-custardtaart
- 300 g bloem
- 150 g boter
- 80 g basterdsuiker
- 800 g appelen
- sap van een ½ citroen
- 5 eieren
- 125 ml slagroom
- 1 el maïzena
- 100 g suiker
- 2 zakjes vanillesuiker
- 1 el versgeraspte nootmuskaat
Stort de bloem en de basterdsuiker en een klein snufje zout in een kom en snijd daar de koude boter met een deegsnijder of met twee messen door tot alles kruimelig is. Voeg dan 3 eetlepels water toe en kneed het deeg met de hand tot een samenhangende bal. Gaat dat niet, gebruik dan nog 1 of 2 lepels water. Laat het deeg tenminste een half uur op stijven.
Schil intussen de appelen en snijd ze in plakken. Besprenkel ze met citroensap en desgewenst met kaneel.
Kluts de eieren met de room, de maïzena, de vanille- en gewone suiker en de nootmuskaat.
Verwarm de oven voor op 200 graden. Beboter een stuk bakpapier en leg dat in een springvorm van 26 cm doorsnee. Rol het deeg uit tot een ronde lap die groot genoeg is om ook rand van de vorm te bekleden en schik het deeg in de vorm.
Prik het deeg in met een vork. Leg er een stuk aluminiumfolie op met daarbovenop bakknikkers of oude gedroogde bonen – iets dat zwaar genoeg is om het deeg op zijn plaats te houden. Bak het deeg 15 minuten in de oven.
Haal de verzwaring van het deeg en schik de plakken appel in de vorm. Giet de custard (het eiermengsel) eroverheen en bak de taart nog drie kwartier.
Bestrooi hem met een lepel kristalsuiker en zet hem nog vijf minuten onder de grill (oppassen dat het deeg niet verbrandt, dan uitzetten!).
