Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

En nu moet er ook iets zoets

De vijzelkwestie. Voor veel Indonesische gerechten moet, zoals gezegd, een boemboe gemaakt worden, een specerijenpasta. Dat gebeurt in een vijzel. Nu behoort de vijzel, het is mij een raadsel waarom, maar het is zo, tot de meest gevreesde keukenhulpstukken. De mensen hebben er geen, of eentje waar je misschien profijt van hebt als je in een apotheek werkt, zo’n gladde die geschikt is om heel fijne poeders nog wat fijner mee te wrijven en die over het algemeen voor de sier staat opgesteld. Voor een boemboe (en trouwens ook voor pesto of anchoiade of aioli) is een zware stenen vijzel met een flinke houten of stenen stamper een ideaal hulpmiddel.

Gedoe is het niet – ik rooster ook vaak specerijen als koriander- en komijnzaad voor Arabische gerechten en wrijf ze dan zelf fijn, dat geeft veel meer smaak dan de snel hun smaak verliezende gemalen specerijen, het ruikt lekker, het is bevredigend werk en het is zo gedaan. Dus ik zou zeggen: koop hoe dan ook een goede vijzel.

Maar als je dat nu niet wilt. Kun je dan wel Indonesisch eten maken? vroeg een onwillige maar niet onaardige kok jegens wie ik niet onvriendelijk gestemd was. Jawel, jawel, als je dat per se wilt dan kan dat. Dan doe je wat sommige kookboeken ook aanraden: fijnmalen. Met de staafmixer bijvoorbeeld, in het bijbehorende staafmixer mengbekertje. Dat schijnen veel mensen oneindig veel makkelijker te vinden dan een vijzel.

Niet om te zeuren, maar dat vind ik over het algemeen genomen veel gedoe: bijna altijd blijven de te gebruiken ingrediënten onder het maalniveau zitten waardoor er niets gebeurt, of je moet tot vijf keer toe het dekseltje verwijderen, langs de wanden schrapen, opnieuw malen tot alles wéér tegen de wand zit, enzovoort.

Jamie Oliver heeft ook nog eens iets uitgevonden om het vijzelen te vermijden: een peervormige kunststoffen houder met daarin een zware bal. Je doet de ingrediënten in de peer, schroeft hem dicht, schud krachtig zodat de kogel heen en weer vliegt, en voilá, belooft Jamie: een prachtig mengsel. Dat geldt voor iets met vloeistof, maar niet voor boemboes. Dan krijg je iets anders: een met een laag specerijen beklede bal.

Het enige nadeel van de vijzel, is dat je daar de specerijenpasta niet altijd zo makkelijk uitkrijgt en dan sta je met die zware stenen vijzel boven je pan sissende olie, krampachtig met de stamper langs de wanden te schrapen waarvan maar af en toe een klein kloddertje bereid is los te laten. Dus het is beter om na het stampen eerst even de inhoud van de vijzel met een lepel over te scheppen in een geëmailleerd of een aardewerk bakje.

Dit alles gezegd zijnde gaan we iets maken zonder gestamp. Kan even geen vijzel meer zien. En er moet ook iets zoets op tafel komen te staan natuurlijk: bananen in suikersaus.

Kolak pisang (gestoofde banaan)

  • 6 bananen
  • 150 g goela djawa
  • 1 pandanblad
  • ½ blok santen

Neem bananen die niet al te rijp zijn, pel ze, en snijd overdwars in aantrekkelijke schuine iets minder dan vingerdikke plakjes.

Hak de goela djoewa in stukjes en zet hem op met 2 dl water, roer tot de suiker is opgelost. Doe er een theelepel zout in, het pandanblad en de stukjes banaan, ze moeten net onder de saus liggen.

Hak de santen in kleine stukken en doe die bij het mengsel zodra het zachtjes kookt. Roer tot de santen is opgelost en laat nog een paar minuutjes door pruttelen. Serveer warm maar niet gloeiend bij een pittig vleesgerecht, of eet als toetje.

Geplaatst in:
Bijgerecht
Lees meer over:
banaan
goela djawa
pandanblad
santen

9 reacties op 'En nu moet er ook iets zoets'

Sita

Ik ben al jaren op zoek naar een goed Indonesisch kookboek. Heeft iemand een tip?

Jaap Haasnoot

Ja, fijn, dat het vijzelen even aangeroerd wordt. Na alle Indische gerechten tot nu toe uitgeprobeerd te hebben, had ik inderdaad ook die staafmixertechniek bedacht. Die is niet geschikt voor sjalotten, uien en knoflooktenen. Ik begin maar met de keukenmachine die alles grof-fijn hakt. Dat gaat dan in de beker van de staaf, maar met die paar lepels olie die je toch gebruikt voor het fruiten. Dat maalt geweldig en je hebt geen last van dingen die niet mee-malen.

Ellen van Polanen Petel

Ik vind het leuk om deze week helemaal te volgen met al dat lekkers (hoewel ik sommige gerechten toch wat anders zou kunnen maken; dit zal wel te maken hebben met waar ik vandaan kom in Indonesië, hetzelfde gerecht wordt niet overal op dezelfde manier klaargemaakt).

Overigens meen ik in het bovenstaande het gerecht “kolak” te herkennen.

Mieke Drillenburg

Toen ik 40 jaar geleden trouwde kreeg ik van mijn in Ned. Indië opgegroeide moeder haar kookboek: Het Kookboek van Mej. W.C. Keijner. Uitgegeven door G. Kolff en Co. in Soerabaia. Eerste druk uit 1927, laatste druk, de mijne, uit 1948.
Uit het voorwoord bij den 9den en 10den druk.
Deze druk werd niet gewijzigd. Bij het gereedkomen van deze druk zijn de prijzen van groenten en ingrediënten belangrijk hooger geworden. In de recepten is verschillende malen aangegeven, 5 cent boontjes, 2 cent worteltjes enz. die niet in verhouding met de huidige prijzen staan.
Het is vrijwel zeker, dat groenten enz. duurder zullen blijven, dan voor den oorlog, doch het is slechts gissen op welke basis de prijzen zullen stabiliceeren. Om deze reden hebben wij de vermelde prijzen onveranderd gelaten. De huisvrouw houde er derhalve rekening mede, dat bedoeld zijn vooroorlogsche prijzen.
Dus ga ik nooit naar de “passar en koop voor 5 cent boontjes”. Maar indisch koken heb ik wel geleerd!

Christine Karman

Een vijzel is juist heel makkelijk in het gebruik. Ik heb een stenen vijzel, als ik de boemboe er uit haal doe ik dat met een lepel boven de pan, niet met de stamper, en een paar seconden onder de hete kraan maken vijzel en stamper weer prachtig schoon.
Ipv santen gebruik ik liever kokosmelk, maar dat kan persoonlijk zijn.

Rahadi Karni

Geachte mevrouw De Vos,

Als Indonesisch thuiskok lees ik uw serie Indonesische recepten met plezier. Een geweldig idee vind ik het individueel opdienen van de gado2 schotel. Ik deed het altijd traditioneel: op een grote platte schaal, met als nadeel dat iedereen er dan gaat uithalen wat hij/zij het lekkerst vindt, niet denkend aan de disgenoten!
Ik merk op dat u nog steeds gebruik maakt van het “santen blok” dus santen in vaste vorm. In mijn ervaring heeft die soms een beetje melige smaak.
Bij de Ind(ones)ische/Chinese toko is tegenwoordig heerlijke dik vloeibare santen in handige tetrapakjes te koop, mijn favoriet is het merk Kara (made in Indonesia), maar er zijn ook andere goede merken. Er zijn tetrapakjes van 200 ml (ca 50 cent)en van 400 ml. Als je niet de hele inhoud nodig hebt doe je het restant de volgende dag in de yoghurt, heerlijk. Restanten invriezen gaat niet.
Ik hoop dat u nà het zoet van vandaag ook nog wat kip en rundvlees gerechten (rendang!) wilt behandelen.
Met vriendelijke groet,
Rahadi Karni
Leiden

Rene

Ik had eerder gereageerd op het vijzelen/stampen en gemeld dat ik al jaren een staafmixer gebruik. Daarbij vergat ik te vermelden dat ik (als ik alles echt fijn wil hebben) water aan het specerijenmengsel toevoeg. Dat zal voor sommigen misschien vloeken in de kerk zijn, maar als je vervolgens het mengsel in de olie gooit, is het water zo weggekookt en kan de prut gaan fruiten.

Ik ben het met Marjoleine eens dat komijn en koriander als zaad kopen (vrijwel elke toko die het in poedervorm verkoopt, heeft ook de zaden) en ze vervolgens zelf in kleinere hoeveelheden fijn te malen, echt verse en heerlijk geurende poeders oplevert. Maar ook hierbij val ik graag terug op de verworvenheden van de moderne keuken: niet fijnmalen in een vijzel, maar in een elektrische koffiemolen. Daarin krijg je ook de wat weerbarstige korianderzaden helemaal fijn. Ik gebruik die molen overigens ook om zelf chilipoeder te maken. Ik gebruik daarvoor diverse soorten gedroogde pepers. Hele hete kleintjes, en wat grotere (meer aromatische) pepers uit India en Hongarije. Wel keukenhandschoenen aantrekken! De eerste keer had ik daar niet aan gedacht, en heb ik dagenlang nog tranende ogen gehad bij het inzetten van mijn contactlenzen.

O ja, met die koffiemolen maak ik ook garam masala – veelvuldig toegepast in de Indiase keuken.

Marjoleine de Vos

De koffiemolen voor het fijnmalen van specerijen is inderdaad geweldig, ik heb er lang een apart koffiemolentje voor gehad. Maar boemboes maken in de vijzel blijft zo’n plezierig werkje.

Rene

Ik deed het vroeger ook altijd zo. Het plezierige is dat de aroma’s van de specerijen opwasemen en zich vermengen. Ik ben ermee gestopt omdat het me net wat te tijdrovend was, en omdat de eigenaar van Toko Malang (al weer vijftien jaar geleden gestopt, helaas) in Tilburg, met wie ik een tijd lang verschillende recepten, ook Indiase, uitwisselde en uitprobeerde, me aanraadde om een blender te gebruiken. Dat deed hij zelf al heel lang.