Zo koninklijk smaakt zomer
De naam van deze taart ‘quatre-quarts’, vier kwarten, is wonderlijk als je de ingrediënten niet kent. De taart ziet er helemaal niet uit als iets in vier kwarten, het is gewoon een ronde taart. Maar hij bestaat voor een kwart uit eieren, een kwart uit meel, een kwart uit boter en een kwart uit suiker. En verder uit aardbeien en slagroom, nooit een verkeerde combinatie en zeker nu niet, nu de aardbeien echt op hun rijpst en zoetst en lekkerst zijn.
Eigenlijk zijn we altijd te ongeduldig met aardbeien, je wilt ze al in het voorjaar eten, maar ze heten niet voor niets ‘zomerkoninkjes’.
Onthoud dat nou eens! Ja mevrouw.
Ik vond het recept terug in een Frans kooktijdschrift waarop ik ooit – o hoe lang geleden – geabonneerd was. Meteen die taart weer gemaakt en weer bevonden hoe verrukkelijk dit beslag is – zelfs zonder aardbeien is het baksel al lekker.
Helemaal bracht het Franse tijdschrift me weer in oude stemmingen en in oude verrukkingen. Het heet La bonne cuisine en het was eind jaren zeventig een heel leuk en animerend tijdschrift. Maar op een gegeven moment moest het gemoderniseerd en ging de lol eraf.
Het is zo’n tijdschrift met ‘fiches’, op tamelijk hard papier afgedrukte recepten die je via stippellijnen uit kunt scheuren en dan in een handige kaartenbak bewaren – het tijdschrift Elle had ze ook altijd (en nog steeds) maar dan kleiner. In de rechterbovenhoek staat bij welke rubriek ze ingedeeld moeten worden: ‘lapins’ of ‘entrées’ (en ‘entrées’ is weer iets anders dan ‘hors d’oeuvre’ ).
Ik denk dat we de komende weken wel wat meer Bonne cuisine-recepten zullen moeten bereiden.
Quatre-quarts aux fraises (voor 6 personen)
Voor het deeg:
4 eieren
hun gewicht in boter
hun gewicht in suiker
hun gewicht in bloem
5 g gistVoor de garnering:
1 pond kleine aardbeien
100 g witte basterdsuiker
2 el kirsch
125 g aardbeienjam
1,5 dl slagroom
Houd zo’n twaalf aardbeien apart. Was de andere en verwijder de kroontjes, bestrooi ze met de basterdsuiker en besprenkel ze met de kirsch. Zet ze apart.
Verwarm de oven tot 180 graden. Beboter een stuk vetvrij papier en bekleed daar een springvorm met een doorsnee van 24 cm mee.
Snijd de boter in kleine blokjes en roer hem met een houten lepel in een warme kom tot een crème. Doe er de suiker bij en klop met de mixer tot luchtig en wit.
Splits de eieren, doe de witten in een vetvrije kom, de dooiers bij de suikerboter. Klop. Voeg de gist en de bloem toe. Klop tot een gladde massa.
Sla de eiwitten stijf en spatel die met een vork door het beslag.
Giet het beslag in de springvorm en zet die ongeveer een uur midden in de oven. Controleer op gaarheid door er een scherp mes in te steken, dat moet zonder kruim eruit komen.
Laat de taart afkoelen op een rooster. Hol de taart als-ie koud is cirkelvormig uit: dus een cirkel maken in de bovenkant en die een centimeter of twee diep maken. Het verwijderde kruim in blokjes snijden.
Besmeer de snijvlakken met de aardbeienjam. Meng de aardbeien en hun sap met de deegblokjes en schep die in de taart.
Sla de slagroom stijf en plaats welgemikte dotjes slagroom tussen de aardbeien.
Garneer de taart met de achtergehouden aardbeien, bepoeder het geheel eventueel nog met poedersuiker.
