Wonderbaarlijk natuurlijk
Als er iets onnatuurlijk is, zei iemand laatst, dan is het wel brood. Denk je in: je moet graan verbouwen, dan maaien, dan dorsen, dan pletten en malen en zeven en dan heb je pas meel. Daar moet je dan brooddeeg van maken en dat moet dan nog weer gebakken en vervolgens afgekoeld en dán pas kun je het eten. We hadden het over de trend van ‘natuurlijk’ voedsel.
Natuurlijk voedsel is allang niet meer iets dat je bij een geheel uit ruw hout en onbespoten sokken opgetrokken natuurwinkel koopt. Het wild aantrekkelijke natuurlijke modevoedsel koop je bij winkels die iets met ‘organic’ in hun naam hebben en die lokale groenten, lang gerezen brood, tonijn uit blik van Ortiz, zoute kappertjes, coeur de boeuf-tomaten en Maldon zeezout verkopen.
‘Natuurlijk’ eten komt in bruin papieren zakken – wit papier is zo ontzaglijk passé. Zelfs de broodjes op de stations worden in bruin papier verpakt. Dat is natuurlijk.
Ach nu ja, we laten ons nu eenmaal graag een beetje in de maling nemen om een goed gevoel te krijgen.
Maar dat bakken van brood, dat is waar, het is ongelooflijk wat daar allemaal aan vooraf is gegaan. Wie heeft dat verzonnen, dat je graan zo moest behandelen en dat je dán van dat meel, dat op zichzelf ook helemaal niet smakelijk is, heerlijke dingen kon bakken?
Wat is de mens toch een vindingrijk dier, denk je dan weer vol bewondering. Neem bier, ook zoiets. Of graanjenever!
En als je eenmaal zo aan het denken bent dan komt het hele begrip ‘verhitting’ je weer voor als een vondst van jewelste. Stel je voor dat je rauwe aardappelen zou moeten eten. Dan kon je net zo goed geen aardappelen hebben. Maar voeg vuur toe en aardappelen behoren tot de geweldigste etenswaren die er zijn, van krokante blokjes, tot brosse schijfjes, van kruimige heerlijkheden tot zachte zalfjes – wat maak je al niet van aardappelen.
Niets is zo goed als over eten denken om weer eens paf te staan over de vele wonderbaarlijkheden van dit leven. En toen ik zo enorm stilstond bij die aardappelen kwam ineens een naam mijn geheugen binnendrijven. Een heerlijke zomerse naam: vichyssoise. De klassiekste zomersoep ooit. Gesteld dat er gradaties zouden bestaan in ‘klassiek’.
Ook een wonderbaarlijke soep trouwens, eerst maak je de oneetbare aardappelknollen door verhitting zacht en vervolgens maak je het geheel weer ijskoud. Met room…
Vichyssoise (voor 6 personen)
4 el boter
wit van 8 preien, in ringetjes
2 middelgrote aardappelen in blokjes
7,5 dl kippen- of groentebouillon
4 dl slagroom
snuifje nootmuskaat
paar sprietjes bieslook
Smelt de boter in een pan met een dikke bodem en laat de preiringetjes op laag vuur zacht worden. Doe de aardappelblokjes erbij, roer goed om en laat een minuut of tien stoven. Giet de bouillon erbij. Breng aan de kook en laat op laag vuur pruttelen, tot de aardappelen uit elkaar vallen.
Laat de soep wat afkoelen en pureer hem met de staafmixer. Zet het vuur weer aan en giet de room erbij, maak op smaak met peper en zout en nootmuskaat. Denk eraan dat koude soep flauwer smaakt dan warme dus maak hem, zoals koks dat noemen, hoog op smaak.
Giet hem over in een schaal en laat hem afkoelen. Zet hem als-ie afgekoeld is, afgedekt een nacht in de ijskast. Proef even voor het opdienen of de soep niet toch te flauw is en serveer hem ijskoud met fijngehakte bieslook.
