Vluchtige contacten
Over ‘Het stadse vermogen tot vluchtig contact’ ging afgelopen vrijdag een stukje in het Cultureel Supplement. Er was een studie gewijd aan de korte ontmoetinkjes die mensen met elkaar hebben bij de Copy Corner in een Rotterdamse wijk. Ze hoeven niets met elkaar, maar raken – omdat ze nu eenmaal in dezelfde ruimte zijn en daar iets te doen hebben – makkelijk even met elkaar in gesprek, of leren elkaar toch op z’n minst van gezicht kennen. ‘Publieke vertrouwdheid’ noemt de sociologe die het onderzoek deed dat.
Oude en nieuwe bewoners van een wijk leren in winkels elkaars gezichten kennen, horen elkaars stemmen, wisselen soms een groet of iets meer dan dat – dat geeft samenhang, veronderstelt ze.
Dat lijkt niet zo ver gezocht en je kunt je makkelijk voorstellen dat het zo in wijken gaat. Al beperkt het vluchtige contact zich wel vaak tot héél vluchtig contact, zo vluchtig dat je desgevraagd al een uur later geen van de mensen zou weten te herkennen die met jou bij de slager hebben gestaan.
Het onderzoek gaat nadrukkelijk over stadsbewoners, alsof in dorpen als vanzelf diepgaandere contacten bestaan of meer samenhang. In sommige dorpen zal dat best zo zijn. Maar met het verdwijnen van winkels, scholen, cafés enz. treffen de mensen in dorpen elkaar ook steeds minder. Iedereen stapt naast zijn eigen huis in de auto en rijdt daarin het dorp uit. Er is geen reden om over straat te lopen. Dan ga je na een poosje wel voelen wat winkels doen voor de samenhang, de levendigheid, het contact.
In dat licht bezien is een eigen moestuin geen goed idee: eropuit! De goedgevulde groentesoep die ik laatst maakte is wel eigenlijk een typische moestuinsoep, maar enfin, stadsbewoners en contactzoekers halen alles op de markt. Maak de soep een dag van tevoren, dat scheelt enorm in de smaak. Er hoort ‘pistou’ bij, pesto zonder pijnboompitten.
Groentesoep met pistou (voor 6 personen)
- 1 niet al te dikke prei, fijngesneden
- 3 stengels bleekselderie, fijngesneden
- 2 el olijfolie
- 3 middelgrote aardappelen, in blokjes
- 1 courgette in stukjes
- 1 maggiblokje
- 1 handje sperziebonen, in stukjes
- 50 g korte buisjespasta
- 4 groene koolbladeren, in reepjes
- 1 handje spinazie, grof gehakt
- 1 blikje flageolets (400 g), afgespoeld en uitgelekt
Voor de pistou
- 1 teen knoflook
- 1 tl grof zeezout
- bosje basilicum
- 1 dl olijfolie
Stoof de prei en de bleekselderij in een ruime geëmailleerde pan. Doe er de stukjes aardappel en courgette bij, bestrooi met zout en giet er anderhalve liter water bij. Doe na tien minuten de sperziebonen stukjes erbij en de pasta. Voeg een maggiblokje toe en royaal peper. Laat nog 10 minuten koken en doe de kool, de spinazieblaadjes en de afgespoelde flageolets erbij. Roer goed door en zet het vuur uit. Laat de soep met de deksel op de pan nagaren en afkoelen voor gebruik de volgende dag.
Maak de pistou door knoflook fijn te stampen met zeezout in een vijzel en dan handjesmaat de basilicum toe te voegen. Doe er de olie bij, stamproer nog even en voeg tot slot de Parmezaanse kaas toe. Of gooi alle ingrediënten – de knoflook héél fijngehakt anders blijven er grove stukjes van in de saus zitten – in een keukenmachine.
Dien de soep warm maar niet gloeiend op met een dessertlepel pistou in ieder bord.
