Meloenen groeien voor ons
‘De laatste ontwikkelingsfase van de vrucht is de rijping, een drastische verandering in het leven van de vrucht die tot haar dood leidt.” Dat klinkt tragisch. Wie het tot zich door laat dringen kijkt heel anders naar de bessen, kersen, meloenen of platte nectarines (ja, die bestaan nu ook, in navolging van de platte, ook wel ‘wilde’ genaamde, perziken). In plaats van volte en overvloed zien we daar sterven.
Dat wil zeggen: als het fruit al helemaal rijp is, blijkt even verder in dit hoofdstuk over fruit uit Harold McGee’s standaardwerk Over eten en koken. Wetenschap en cultuur in de keuken. Vroeger dacht men dat rijping de eerste fase van algehele desintegratie van de vrucht was, nu is vastgesteld dat rijping de laatste levensfase is. Daarna volgt wel degelijk de verrotting die de dood betekent.
Desalniettemin is die laatste fase van de vrucht wel iets prachtigs, zelfs de over het algemeen zo zakelijke McGee wordt er min of meer lyrisch van: „De rijpende vrucht bereidt zich actief op haar einde voor en organiseert zichzelf tot een lust voor ons oog en verhemelte.”
Het klinkt een beetje als dat gedicht van Dèr Mouw waarin verondersteld wordt dat alles wat er is, er is ten behoeve van ons: „Gods wijze liefde had ’t heelal geschapen: vol lente, net als de appelbomen bloeien”. Een kindergeloof waar Dèr Mouw in zijn gedicht op vriendelijke wijze de draak mee steekt:
„weldadig-groen liet voor het
vee Hij groeien
Het gras, voor ons doperwtjes en knolrapen”
Maar niet alleen doperwtjes en rapen, ook fruit dus.
Ik kwam het poëtische McGee-proza tegen toen ik even wilde opzoeken hoe het nu ook weer zit met meloenen: worden ze wel of niet rijper na het plukken? Er zijn fruitsoorten die narijpen met behulp van ethyleen dat de vrucht zelf aanmaakt, dat fruit heet ‘climacterisch’ en kan worden geoogst als het nog groen is. Niet-climacterisch fruit, zoals meloenen, slaat geen zetmeel op en wordt na de oogst ook niet veel beter, al kan de vrucht nog wel wat zachter en geuriger worden.
McGee zegt trouwens dat meloenen bij 7 graden Celsius moeten worden bewaard. De meeste eetschrijvers adviseren om meloen niet in de ijskast te bewaren, die is trouwens ook kouder dan 7 graden als hij goed afgesteld staat. Maar waar vind je een ruimte van 7 graden?
Het lijkt het beste goede meloenen te kiezen en ze snel op te eten. Wie ze eet zoals hier onder beschreven, gaat echt niet dralen – dat is zo’n ongehoord lekker voorgerechtje.
Meloen met garnalen en saus (voor 4 personen)
2 rode (rawit)pepertjes, zonder pitjes, fijngesneden
2 dl tomatensap
1 tl komijnzaad
1 tl korianderzaad
2 ons grote garnalen, gepeld
2 kleine Cantaloupe-meloentjes
1 dunne prei
olijfolie
koriander
Rooster het korianderzaad en de komijn even in een koekenpannetje. Doe er het tomatensap bij en de fijngehakte rode peper en voeg wat zout toe. Eén minuut laten koken, dan wegzetten en laten afkoelen.
Snijd de meloentjes doormidden en schap het vruchtvlees eruit, in mooie bolletjes of rare blokjes, dat maakt niet zoveel uit.
Verwarm wat olijfolie in een koekenpan en bak de prei even aan. Bestrooi met wat zout. Doe er de garnalen bij en de stukjes meloen en schep het geheel even om. Vul de halve meloentjes met het garnalenmengsel en bestrooi ze met fijngehakte koriander.
Dien op met de pittige tomatensaus.
