De tuin als fourageergebied
Een poosje geleden, een maand denk ik, besloot ik in het immens slordige voortuintje waar een hoop aarde lag wat zaad uit te strooien dat ook al twee jaar lag te niksen. Baat het niet dan schaadt het niet, dat type gedachten. De volgende dag keek ik even uit het raam naar mijn zaaigrondje. Er bewoog iets op de donkere aarde. Een muisje. Ja een duidelijk muisje, dat, wel potjandrie, mijn zaadjes aan het opeten was. Er kwam een tweede muisje bij, al even ijverig.
Zoiets mag je niet accepteren, het is geen voederplaats, dus ik deed de voordeur open om met een verontwaardigd gezicht die muizen tot de orde te roepen. Ze hoorden me komen en drukten zich zo plat mogelijk tegen de grond, als hazen op een akker.
„Welk gezegde beeld ik uit?” „Mijn naam is haas.”
Ik moest om ze lachen en gaf het idee van een grappig gemengd bloemenveldje meteen weer op.
Het is er ook niet gekomen – het stukje aarde ligt er nog even kaal bij als een maand geleden. Alle zaadjes zijn mislukt of opgegeten.
Zo gaat het wel vaker in de tuin. Je wordt er geregeld op gewezen dat je hier met andermans fourageergebied te maken hebt. In de eerste plaats dat van de slakken natuurlijk, hoewel die zich dit jaar redelijk gedeisd houden – misschien omdat de kippen de kleine slakjes opeten. De kippen zelf zijn weer niet te beroerd om de viooltjes op te eten of planten die net zijn ingegraven weer uit te graven. Ze maken daarbij brutale dansbeweginkjes met hun poten, een soort schopjes naar achteren, terwijl ze in de lucht kijken of ze geen idéé hebben wat die pootjes daar beneden aan het doen zijn.
Nu ja, zulke dingen bestudeert men in een tuin. Waar het met al dat warme weer opmerkelijk rustig is. Net of ook het gedierte bevangen is door de hitte.
Zelf ben ik het in ieder geval soms wel dezer dagen. En dan koken! Je mag er niet aan denken.
Dus een salade en wel eentje met meloen erin, gecombineerd met komkommer en tomaat, twee klassieke salade-ingrediënten en dat werkt wonderbaarlijk op een warme zomeravond. De tomaten moeten geschild en hoewel ik meestal geneigd ben om dat uit luiheid niet te doen was het in deze salade echt een goed idee. Dat maakt het verschil denk ik tussen een combinatie en ‘maar wat ingrediënten bij elkaar gooien’. Neem zoete kleine tomaatjes, daar komt het ook op aan.
Salade met meloen en munt (voor 4 personen)
1 kleine rijpe meloen
1 komkommer
1 pond kleine zoete tomaten
2 takjes munt
2 el gehakte bieslook
2 dessertlepels frambozenazijn
3 el olijfolie
Overgiet de tomaatjes met kokend water, laat ze twee minuten staan, giet het water af en ontvel de tomaten. Snijd ze doormidden en doe ze in een schaal.
Was de komkommer en schil hem in repen zodat er wat donkergroen overblijft. Dat staat leuk en geeft wat beet. Snijd hem in de lengte doormidden en verwijder met een theelepel het zaad. Combineer de komkommer met de tomaten. Bestrooi het geheel met zout en peper.
Schep balletjes uit de meloen als je in het bezit bent van een meloenballetjesschepje, snijd hem anders in stukjes. Doe bij de tomaten en de komkommer.
Vermeng de olie en de azijn, hak munt en bieslook en meng dat ook door de salade. Zet hem tenminste een half uur weg in de ijskast.
Eet hem zonder iets erbij – als vooraf, als midden, als maal – zodat zijn leuke frisse smaak niet wordt verrommeld door andere leuke smaken.
