Ze eten er goed, in Spanje
En Zeus, de wolkenvergaarder, greep naar zijn bliksem en slingerde die in hevige woede neer naar de aarde om het land der oranjesupporters te treffen daar zij, tegen zijn zin, de heen en weer gaande strijd verloren. En neer vloog de bliksem en sloeg in de aarde en dorpen schudden in de zeer vroege ochtend en men hoorde het loeien van brandweersirenes toen de gebelgde god zich afkeerde en de terugtocht aanvaardde naar de hoge Olympus, waar zich verheugend Athene, Iberisch genegen, haar triomf verborg voor de toornige fronsing haars vaders.
Zoiets denk ik dat het geweest moet zijn, want allemachtig wat een krakende onweren gingen er vannacht te keer. Daar schiet een eenvoudige natuurkundige verklaring duidelijk te kort. Hier was meer aan de hand!
In een huis verderop spoot het vuur uit het stopcontact van een zolderkamer maar gelukkig liet de plaatselijke brandweer zien wat ze kon – slang in een putje in iemands tuin, ladders tegen het huis waarvan snel dakpannen werden verwijderd en al spoedig was de sfeer meer Bomans dan Homerus en kon het sein ‘brand meester’ gegeven worden. Het huis was gelukkig nog heel, de belendende panden hoefden niet nat gehouden. De dorpelingen, sommigen nog in vergeefs oranje, konden nog een kwartiertje slapen voor de dag opnieuw aanbrak, de dag van het wonden likken.
Op gevaar af niet langer in Nederland te mogen wonen, zeg ik ijskoud dat het mij niets kan schelen, uiteindelijk moet er iemand verliezen en waarom wij niet. Spanje kon wel een opstekertje gebruiken, hun economie is er heel wat beroerder aan toe dan de onze. En wij konden wel een lesje leren met ons neerbuigende gepraat over ‘de knoflooklanden’ wier economieën wij niet langer wensen te steunen.
Ha. Maar ze kunnen wel voetballen. En koken ook – de Spaanse keuken blinkt misschien niet steeds uit door grote verfijning, ze hebben er wel mooie karakteristieke gerechten, meer dan wij helaas. Al mogen wij eigenlijk ook niet mopperen, maar behalve op onze voetballers zijn we zo weinig trots op onszelf.
Daarom, ere wie ere toe komt, iets Spaans. We hebben hier toch ook Spaanse temperaturen. En wat hebben de Spanjaarden voor als het heet is? Precies, koude soep. Gazpacho. Ik at het van het weekend op een kokendhete avond en wat was het heerlijk en verkoelend en verrukkelijk.
Dit is de versie van Moro, het restaurant- en kookboek van Sam en Sam Clark.
Gazpacho (voor 4 personen)
3 teentjes knoflook
1 kilo rijpe, zoete tomaten
1 groene peper
1 kleine komkommer
½ ui
2 handjes verkruimeld witbrood
3 dessertlepels rode wijnazijn of sherryazijn
4 el olijfolie
Wrijf de knoflook in een vijzel met royaal zeezout tot pulp.
Halveer de tomaten, snijd de peper, zonder de zaadjes fijn, schil de komkommer en snijd hem in plakjes. Rasp de halve ui. Doe alle groenten met het broodkruim in de mengbeker van de keukenmachine en pureer ze. Breng het geheel op smaak met de knoflookpulp, azijn, olie, zout en versgemalen zwarte peper.
Wie de soep wat dunner wil (dat ligt ook een beetje aan de komkommer en de tomaten) doet er een scheutje koud water bij.
Zet de soep in de koelkast en laat hem goed koud worden, dat duurt een uur of twee.
Proef nog even voor het opdienen – hoe kouder, hoe flauwer. Dus misschien moet er nog wat zout bij of wat zuur.
