Hoe zorgeloos zijn we
We praten wel over eten, sommigen van ons dan, maar eigenlijk is het duizelingwekkend om te bedenken hoe weinig tijd we eraan besteden. Als je je weer even voor de geest haalt hoe belangrijk voedsel is. En dan bedoel ik niet: hoe belangrijk bepaalde bereidingswijzen zijn, maar gewoon, hoe belangrijk het is dat we eten.
Het eten is zo alom verkrijgbaar en zo in de sfeer getrokken van luxe en verwennerij, dat het weer chic is om ‘heel eenvoudig’ te eten. Boerse keukens zullen wel niet voor niets al jarenlang zo geweldig populair zijn bij ons. Misschien verandert die landelijke mode, die ook in de woonbladen al jarenlang hoogtij viert, wel weer in een hang naar luxe en rijkdom als de crisis doorzet. Modes zijn juist vaak gericht op dat wat we niet hebben. Dus veel landelijke eenvoud en een nadruk op moestuinen en seizoenen als juist iedereen gedigitaliseerd in de stad woont. En als iedereen dan weer moestuintjes heeft, ook in de stad op de daken en in de binnentuinen, dan gaan we ineens weer praten over gecompliceerde gerechten van onverkrijgbare ingrediënten en lezen we weer gretig over duivenpasteien waaruit levende vogels opvliegen.
Zo zijn we. We verlangen graag.
Even zo goed is het wel een enorme luxe om je nooit zorgen te hoeven maken over de verkrijgbaarheid van voedsel. Een enkele keer, als er gesproken wordt over een energiecrisis of iets dergelijks, stel je het je wel eens voor: wat als de aanvoer stokt? Als die schepen vol containers niet meer aankomen in de Rotterdamse haven, als de wegen leeg zijn omdat er geen vrachtauto’s vol koelverse waren overheen rijden, als je in de supermarkt komt en daar zijn wérkelijk alleen nog maar lokale groenten te koop?
En dan praten we nog niet eens over hoe weinig tijd we besteden aan voedselbereiding. In de keuken is iets al gauw ‘veel werk’. Achter de computer bestaat dat veel minder, menigeen besteedt uren aan spelletjes of het fabriceren van digitale foto-album, terwijl bonen afhalen een krankzinnig tijdrovende taak geworden lijkt te zijn. Dat is geheimzinnig.
Dit is allemaal niet bedoeld als inleiding om nu eens een waanzinnig gecompliceerd gerecht te geven, maar wel om een groenteschotel aan te bevelen waar je heel eventjes de tijd voor moet nemen. Hij komt van Florine Boucher uit haar boekje Italiaanse smaken. Antipasti en hij is in de zomer verrukkelijk, met zijn hevige geuren en vrolijke uiterlijk. Je moet alleen even de tijd nemen om aubergine te grillen, als het kan op een houtskoolgrill, anders in de gloeiend hete grillpan of in de oven. Maar zo’n werkje geeft juist gelegenheid tot contemplatie. Dat wordt wel eens vergeten, dat je in de keuken heel goed wat kunt nadenken tijdens het koken.
Aubergines met tomaat en basilicum (voor 4 personen)
- 3 kleine aubergines
- 1 grote teen knoflook
- snufje chilivlokken (gedroogde rode peper)
- 6 eetlepels olijfolie
- 8 trostomaatjes of tasty toms
- basilicum
Snijd de aubergine in plakjes, bestrijk ze licht met olijfolie en grill ze aan twee kanten tot ze wat zachter zijn. Snijd het teentje knoflook doormidden en verwijder eventueel de groene kern (men zegt dat die bitter smaakt, eigenlijk merk ik daar nooit veel van) en wrijf de knoflook met het zout, de peper en een deel van de basilicum fijn in een vijzel. Doe de olie erbij, roer goed om en schenk in een schaal. Doe daar de in vieren gesneden tomaatjes bij.
Leg de aubergines op een schaal en lepel de tomaten eroverheen. Laat een uurtje staan. Strooi de rest van de basilicum er overheen.
