De courgette is niet saai
„Neem je nu alweer courgette?” vroeg een Griekse kennis toen we voor de derde avond uit eten gingen en ik tevreden achter een bordje kolokithia vrasta – gekookte courgettes – zat. „Wij hebben de uitdrukking: ‘zo saai als een courgette’.” Zo saai als een courgette. Die uitdrukking maakte indruk op me, in mijn gedachten was de courgette zoiets als ‘Frans, dus interessant’. Mijn eerste courgette was namelijk een fransman en ik zag hem abusievelijk aan voor een komkommer.
Toen ik eenmaal begreep dat je hem niet moest behandelen alsof-ie koel en nat en direct eetbaar was, maar dat je met hem fantasieën kon uitleven, besloot ik dat de courgette iets prachtigs was en dat had ik nooit meer herzien. Dus ik begon fris na te denken over de courgette. En inderdaad, bij een saaie courgette kun je je echt wel iets voorstellen. Zo’n grote beetje melige knots, gekookt, tja. Saai als een courgette. Hoe juist, Grieken!
Maar aan de andere kant: wie kookt er een courgette nu gewoon met niets en doet dan alsof-ie eetbaar is? Dat is alleen met kleine courgettes lekker, en die moet je dan koken in een laagje half water – half olie met een beetje citroensap en, verrassenderwijs, een mini-beetje suiker. Gewoon zo opdienen, eventueel wat extra citroensap erover – heerlijk. Maar kleine jonge groentes zijn, als alles wat klein en jong is, altijd verrukkelijk.
En toen ik er even over nadacht besloot ik: de courgette ook. Grote saaie courgettes kunnen altijd nog bijzonder geslaagde courgettesoep worden. En gebakken courgette, gewoon plakjes op hoog vuur gebakken in de olijfolie en bestrooid met wat peper en zout is eigenlijk altijd heerlijk omdat de courgette de lieftallige eigenschap heeft om zoet te worden als je hem klaarmaakt. Ik zeg maar ‘hem’, de courgette heeft een vrouwelijke naam, maar een enigszins mannelijk voorkomen.
Laatst de courgette in dunne plakjes gesneden, lichtelijk met olie bestreken en met een beetje zout bestrooid, en op een bakplaat onder de gril gelegd tot er hier en daar lichtbruine vlekjes op zaten. Bestrooid met citroentijm en op kamertemperatuur opgediend als onderdeel van de antipasti, maar het kostte me moeite om niet al die plakjes gewoon al aan het aanrecht naar binnen te schrokken, zo lekker als ze waren. Moeiteloos zomereten.
Trouwens ook heel geslaagd als groente bij een gegrild lamskarbonaadje of een visje op de grill – het is nu warme zomeravondentijd en die paar keer per jaar dat je voor je plezier buiten blijft zitten kun je ook wel een klein grilletje aansteken (zolang tenminste nog niet elke vorm van open vuur verboden is).
Een op houtskool geroosterd visje smaakt beter dan wat je verder ook met een vis kunt doen. En bij alles past courgette, bijvoorbeeld zo:
Zomereten met courgettefrieten
- 600g courgette
- 1 tl chilivlokken of 2 gedroogde chilipepertjes
- 3 takjes munt
- 1 teentje knoflook
- zonnebloemolie
- 3 el rode wijnazijn
Snijd de courgette in plakjes en die plakjes weer in reepjes. Hak de knoflook heel fijn. Hak de munt fijn.
Verwarm de olie in een koekenpan tot-ie flink heet is, bak de courgettefrietjes in porties tot ze lichtbruin zijn. Leg ze op een schaal. Bak de knoflook en de chilipeper kort in dezelfde olie. Doe bij de courgette, en schep om met peper en zout.
Sprenkel de azijn erover, hussel, bestrooi met de munt.
