Bitterzoet, dat is interessant
Een voedselallergie hebben is beroerd. Maar doen of je er een hebt, of jezelf min of meer allergisch verklaren voor van alles en nog wat, dat is zonde en jammer. Jeffrey Steingarten, auteur van onder meer het verrukkelijke boek The man who ate everything, dook toen hij van zijn eigen afkeren af wilde komen in de literatuur en stelde vast dat over de hele wereld een paar dingen echt door alle mensen oneetbaar worden geacht: „bont, papier en haar”.
Dat is een typische Steingarten-opsomming, je kunt zo nog honderdduizend dingen verzinnen die oneetbaar worden geacht (hout, poep, plastic bekertjes) maar hij zal er mee uit willen drukken dat vrijwel alles in aanmerking komt om door mensen, omnivoren immers, gegeten te worden. En dat het een kwestie van gewoonte is welke waren we daarvoor uitzoeken. Die gewoontes worden aangeleerd. Die kunnen ook weer worden afgeleerd.
Uit onderzoek blijkt, ik praat hier Steingarten gewoon even na, dat een afkeer voor iets verdwijnt als we het verafschuwde eten regelmatig in bescheiden doses en met bescheiden tussenpozen eten. Menig ouder geeft het op een kind iets te laten eten als het er na twee of drie keer nog steeds geen zin in heeft, maar de meeste baby’s, ook weer aldus de geleerden, zullen bijna alles eten als het ze acht à tien keer is aangeboden. Dat is dus even doorzetten voor de ouders, maar je kweekt er ware eters mee.
Ik zelf, om maar eens iets persoonlijks te vertellen, mocht vroeger nooit na één hapje beweren dat ik iets niet lustte. „Kom”, zei mijn vader dan „neem nog een hapje. En dan nog één. En als je het dan nog steeds niet lekker vindt, hoef je het niet te eten.” En de volgende keer liet-ie me dan wéér drie hapjes van die smerige garnalencocktail eten.
En wat ben ik nu niet dol op garnalencocktail, en wat een geluk is dat niet! Je ouders kunnen niet genoeg vieze dingen bij je naar binnen proppen.
Het is opwekkend, kleine kinderen die van alles eten. Mijn kleine blonde buurjongetje van zes is dol op eten met veel pepers, en de zoontjes van vrienden vroegen als kleine kereltjes al belangstellend of er misschien olijven in huis waren – heerlijke kinderen.
Zin in zout is iets dat natuurlijk komt, zin in zoet is vanaf dag één aanwezig in een mens, maar aardigheid in bitter vergt enige training. Dan levert het ook wat op: bitterzoet is heerlijk –- denk aan bitterkoekjes – en bitterzout eigenlijk ook – gestoofde witlof.
Een bitterzoet toetje dan maar? Amaretto-ijs? Met abrikozen?
Amaretto-ijs met abrikozen (Voor 6 personen)
- 1/2 l volle m elk
- 1 dl slagroom
- 125 g suiker
- 4 eierdooiers
- 1 dl amaretto di Saronnolikeur
- 100 g bitterkoekjes
- 1 pond abrikozen
Klop de melk, de slagroom en de suiker met een garde tot een glad mengsel. Klop er de suiker en de eierdooiers door.
Giet het geheel in een pan en verwarm het, al roerend, rustig. tot de vloeistof dik begint te worden. Niet laten koken.
Als het geheel een vla-achtige substantie heeft, pan van het vuur halen en af laten koelen in een bak koud water. Roer regelmatig om. Giet er de amaretto-likeur bij en zet de vla in de ijskast om helemaal koud te worden. Maak er vervolgens in een ijsmachine ijs van, of giet het amaretto-mengsel in een plastic bak, zet die minstens drie uur in de vriezer en roer elke drie kwartier krachtig met een vork.
Snijd de abrikozen doormidden en ontpit ze. Verkruimel de bitterkoekjes en strooi ze over de abrikozen.
