Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Eerlijk zijn tegenover de kok

‘Plotseling schenen hevige voorkeuren op het gebied van eten, of het nu fobieën of lusten waren, me een van de meest serieuze menselijke beperkingen toe. (…) Er bestaan geen geuren of smaken die intrinsiek weerzinwekkend zijn, hield ik mezelf voor, en wat is aangeleerd kan weer vergeten worden.”

Zo redeneerde Jeffrey Steingarten tegen zichzelf toen hij restaurantcriticus ging worden, schrijft hij in  The man who ate everything. Het leek hem toe dat je niet serieus restaurants kunt beoordelen als er dingen zijn waarvan je een onberedeneerde afkeer hebt, dat is niet fair ten opzichte van de kok die het niet kan helpen dat jij niet van, in Steingartens geval, kimchi (een Koreaanse pickle), dille, zwaardvis, ansjovis, spek, Indiase desserts, miso, falafel, rauwe zeeëgels, chutney en nog een paar kleinigheden houdt.

Steingarten probeert zo eerlijk mogelijk zijn lijst samen te stellen en ook nog dingen te noemen die hij gewoon smerig vindt, omschreven als „voedsel dat hij misschien wel zou eten als hij op een onbewoond eiland zou zitten en er in de ijskast niets anders te vinden was dan rauwe zeeëgels, falafel en chutney”. Dat is onder meer: Grieks eten, schelpdieren, blauw eten, okra’s en gierst.

Kijk, dat is nog eens een lijst. En passant stelt hij nog vast dat een wilde voorkeur voor een bepaald soort voedsel een verhulde vorm is van afkeer van alle anderen soorten voedsel, een grove sprong, maar iets van waarheid zit daar wel in. Al dat ‘troosteten’ dat zacht en slurperig en smeltend moet zijn, is een vorm van weerzin tegen eten dat bitter is of waarop je moet kauwen.

Steingarten dook in de literatuur en raakte er na een poosje van overtuigd dat mensen die „gepatenteerd lekker voedsel” weigeren te eten, „net zo gestoord zijn als mensen die seks vermijden of daar geen plezier aan beleven”. Zo iemand wilde hij niet zijn. Hij koos de enige weg: wennen.

Aan ansjovis wende hij door bagna cauda te eten. En door vast te stellen dat „de ansjovisjes die in Amerikaanse pizzeria’s leven”, van een heel andere soort zijn dan de ansjovisjes uit Spanje en Italië, ingelegd in zout.

Goed, wat hij kan, kunnen ander ansjovismijders ook. Want bagna cauda, een warme ansjovissaus,  is gepatenteerd lekker. Eet ‘m over in de oven gepofte bietjes, of over geroosterde paprika’s, of zet de bagna cauda op tafel met een theelichtje eronder en doop er diverse rauwe en gekookte groenten in, zoals komkommers, paprika’s, bleekselderie, kort gekookte artisjok, gekookte aardappel.

Wie bang is voor knoflook kan met dit gerecht ook van die fobie afkomen.

Dit recept is van Antonio Carluccio en het is waanzinnig rijk (boter! melk! room!) en sterk van smaak. En onweerstaanbaar.

Bagna Cauda (voor 4 personen)

  • 5 à 7 knoflookteentjes
  • 250 g gezouten ansjovis
  • 0,6 dl melk
  • 75 g boter
  • 0,75 dl olie
  • 0,6 dl slagroom

Pel de knoflook en verwijder de bittere groene kernen. Laat de knoflook 12 uur in melk weken om, hem wat minder scherp te maken. Snipper de teentjes zo dun mogelijk.

Was, droog en fileer de gezouten ansjovis (onder de kraan houden, zout eraf wrijven en het graatje eruit trekken). Doe ze in een pan met de knoflook, de boter en de olie. Laat de ansjovisjes op laag vuur smelten. Voeg de melk toe waarin de knoflook is geweekt en de slagroom en breng de saus tegen de kook aan.

Draai het vuur uit en doe de saus in één of meer potjes of schenk hem over de groenten.

Geplaatst in:
Hoofdgerecht
Lees meer over:
ansjovis
boter
knoflook
melk
olie
slagroom

11 reacties op 'Eerlijk zijn tegenover de kok'

Claudio Cantadore

Nee dit kan echt niet, dit is geen bagna cauda. Ikzelf ben Piemontees van boerenafkomst en mijn voorouders leefden in de zomer van de bagna caoda en de opbrengst van de moestuin. Per persoon minstens 1/2 knoflook. Er wordt geen ansjovis in melk geweekt en de echte piemontezen doen er ook geen melk of slagroom in; dit wordt slechts gedaan door “stadsmietjes”. Sommigen doen een eetlepel wijnazijn erin om het “vettige” te dempen. Het idee is om een zo krachtig mogelijke dipsaus te maken voor, voornamelijk rauwe groenten, klassiek: paprika’s, venkel, koolbladeren, en gebruik deze als lepels om de dipsaus op te scheppen. Serveren met goed brood en overvloed krachtige rode wijn. Restanten bagna caoda kunnen als spaghettisaus gebruikt worden.

changuito

Ik ken 2 recepten:
- Argentijnse schoonfamilie : room (dikke room, niet de Nederlandse dunne slagroom), ansjovis en (veel) knoflook
- Ansjovis, knoflook, half room (weer dikke)en half olijfolie, geen melk en boter.

dinoke

welbedankt, claudio!zo maak ik hem ook al jaren.melk en slagroom, brrrrrrrrrrrr.

Bart van der Kolk

Inderdaad, ik was vaak in Italië, maar zo vet heb ik het nog niet gegeten. Bagna Cauda bestaat uit (zie bovenstaande reactie): veel knoflook, ‘gesmolten’ ansjovis, kan prima uit blikjes met olie overigens (olie afgieten)en belangrijk: goede olijfolie. Er mag eventueel wat kruiden (basilicum, oregano en peterselie) in en wat azijn of citroensap.
En uitsluitend met rauwe groenten als dipsaus.
Ik heb het een keer in een of ander bergdorpje gegeten met : radijs, venkel, wortel(witte) en selderijstengels: overheerlijk, ook vanwege het heerlijke brood wat erbij was, wit/grauw, maar zo heerlijk gebakken, dat kunnen ze in nederland bijna niet meer..En heel bijzondere witte wijn!

Tamas

smaken verschillen en ik ga ze allemaal proberen bedankt…

Willem

Ik ga het direct proberen

Peter

Och, luister. In Nederland kom je zo veel onjuist bereid “buitenlands” voedsel tegen. Die vakantiegangers denken, als ze een keertje op reis zijn geweest, de wijsheid in pacht te hebben. Neem nou die vieze Tex-Mex rotzooi die we hier in Mexico niet zouden bekijken, laat staan eten.

marjoleine de vos

Tja mensen, ditis het recept van Antonio Carlucci en het kan best dat anderen het weer heel anders maken, maar zo is het, hoe vet ook, ongelooflijk lekker.

Rolf

Beste,

Het lijkt mij beter om kimchi uit te leggen als een, weliswaar zeer apart, soort zuurkool. Een pickle is toch echt iets anders.

Mvg

christa mager

al jaren verrrukkelijk tophit, mijn recept komt uit Time-Life kookboek (1968); daar is het zonder melk maar met tot de helft van volume ingekookte room, blijft over 3dl, 4eetlepels boter of olijfolie – druipt minder door de dikke room. eetlepel gehakte knoflook overigens plus eventueel een truffel!

Petra

Hihi, daar gaan we weer, het aantal verontwaardigde “nee maar dit gerecht maak je echt heel anders” reacties is weer niet van de lucht. Het feit dat er zoveel alternatieven worden gegeven onderstreept maar weer dat HET recept voor iets niet bestaat.