Lekker is ook wennen aan
In de ijskast, nee in de bijkeuken, nee onder de vloer – ergens moet iets zijn dat doodgaat en stinkt of dood is en stinkt. Een walgelijke geur hangt er.
Ik speurde al naar dode muizen toen ik ineens wist wat de boosdoener was. Hij stond in de ijskast. Verpakt in folie, papier en daarna in een tupperwarebakje. De Langres. Wat een afgrijselijke stinkkaas.
Maar wat is-ie onweerstaanbaar.
We hadden het over vies eten. Of over wanneer eten je goed smaakt.
Het kan gebeuren dat wat je ’s avonds met vrienden aan tafel heerlijk hebt gevonden, de volgende dag als je in je eentje lusteloos wat naar binnen werkt, je maar matig kan bekoren.
Of andersom: de saus die in de keuken nog zo verrukkelijk was, valt aan tafel tegen.
Maar veel mensen lusten gewoon van alles niet, los van wat voor omstandigheid dan ook. Dat schrijven ze ook wel eens in reactie op deze rubriek: „Ik houd niet van ansjovis en nu heeft u alwéér ansjovis in een recept gebruikt”.
Het is moeilijk rekening te houden met alle mogelijke afkeren. Er zijn zeker meer mensen die niet van ansjovis houden, en ook een flinke groep die bij uitbreiding van niets houdt dat onder de zeespiegel leeft, zoals er ook veel mensen zijn die niet van orgaanvlees houden. En de knoflookhaters natuurlijk. Dat zijn denk ik de drie grootste weigergroepen.
Verder is er natuurlijk het eten dat ons zo vreemd is dat we er alleen met afkeer aan kunnen denken: ogen, wormen, nog levende dieren (behalve oesters, al hebben veel mensen daar ook een hekel aan). Levende wezens en hun onderdelen boezemen sneller onze afkeer in dan plantaardig voedsel, en gek is dat natuurlijk niet.
Maar ook daar is het een kwestie van gewenning, als je ergens woont waar ze als snack sprinkhanen frituren eet je ze al snel smakelijk weg.
Net zoals je moet wennen aan voor ons zeldzame combinaties. Kaneel bij vlees bijvoorbeeld, kan heel lekker zijn als je er eenmaal aan gewend bent. In de arabisch/mediterrane keuken komt dat geregeld voor: Marokkaanse kippenpastei met poedersuiker en kaneel, Grieks-Turkse gehaktballetjes met kaneel. Die vind ik trouwens zelf ook erg, erg lekker.
Gehaktballetjes uit Smyrna (voor 4 personen)
- 1 pond rundergehakt
- 2 eieren
- 4 sneden witbrood,
- geweekt in melk
- 2 teentjes knoflook
- 1 ui
- 1 dl olijfolie
- ½ bosje peterselie
- 2 afgestreken el komijn
- 1 el kaneel
Voor de saus:
- 1 sjalot
- 8 tomaten
- 1 glas rode wijn
- 2 teentjes knoflook
- 2 tl komijn
- 1tl kaneel
- ½ tl suiker
- peterselie
Week het brood in wat melk en knijp het goed uit. Doe het met het gehakt, de eieren, de gehakte ui, de peterselie, knoflook, peper en zout, olie, komijn en kaneel in een kom en kneed goed door. Laat even staan zodat de smaken aan elkaar kunnen wennen en vorm er dan kleine gehakttorpedo’s van.
Rol ze even door de bloem en bak ze in porties in de olie bruin (ze hoeven niet gaar te worden). Hevel ze over in een ovenschaal.
Snijd de tomaten in stukjes. Doe het fijngehakte sjalotje in de pan en giet er de wijn bij. Voeg de hele tenen knoflook toe, peper en zout, komijn, kaneel en peterselie. Vermeng goed, doe er de tomaten bij met de suiker en roer goed. Giet de saus over de gehaktballetjes en zet het geheel 25 minuten in de oven op 200 graden.
