Het wonder van verhitting
Nog even over knoflook en de stank. De zogenaamde stank. Want eigenlijk is het meestal helemaal zo erg niet als iemand naar knoflook ruikt. Het kan vreselijk zijn natuurlijk, als het om een massieve wolk gaat, in de vroege ochtend… Maar in de vroege ochtend zijn veel geuren niet zo prettig. Wat te denken van iemand die rookt en die ’s ochtends zo’n oude asbakkengeur om zich heen heeft, vermengd met de rookgeur van de eerste sigaret? Dat is erger dan knoflook.
Maar ja, als we een rijtje gaan maken van stinkende mensen in de ochtend dan kunnen we nog wel even doorgaan. En dan moet toegegeven worden dat bijna alles wat je dan te binnen schiet (oud zweet, dagenlang ongewassen haar, verpletterende parfums) niets met eten te maken heeft. Van het meeste eten ga je niet stinken.
Of zouden we dat alleen maar niet ruiken? Een vegetariër heb ik wel eens horen zeggen dat hij het aan mensen rook als ze vlees aten. En zelf heb ik ook het idee dat iemand die, bijvoorbeeld, altijd Indonesisch eet, net een klein beetje anders ruikt dan iemand die meestal aardappelen, vlees en groenten eet.
Het lijkt ook voor de hand liggend dat dat zo zou zijn. Je stopt al dat eten immers in je lichaam. Maar het fijne weet ik er niet van.
Ik heb wel eens in een restaurant gegeten waar in elk gerecht knoflook zat. Ook in de toetjes. Ik herinner me vaag zoiets als knoflookijs. Het klinkt niet meteen appetijtelijk, maar de ui-achtigen laten zich makkelijk zoet maken. Lang gestoofde of geroosterde uien, ik schreef er laatst al over, worden zoet doordat de suikers in de bollen karamelliseren. Ook lang gestoofde knoflook wordt zoet. Het is bijna onbegrijpelijk hoe een groot smaakverschil je krijgt door bereiding en door de wijze van bereiding. Daar sta je niet altijd zo bij stil, bij het wonder van de verhitting, maar als je het wel doet, sta je weer eens paf van al die dingen die er in de wereld zijn en die we zo dagelijks als de gewoonste zaak van de wereld beschouwen. Laatst verrichte ik dat wonder weer eens, door kip met hele tenen knoflook te maken.
Ach wat was dat weer buitengewoon lekker. Ineens dacht ik weer aan dat ouderwetse begrip: zondags eten. Het woord klinkt trouwens ouderwetser dan de lading die het dekt, veel mensen eten nog steeds door de week eenvoudiger dan in het weekend. Maar ‘zondags eten’ heeft een feestelijke klank die door ‘uitgebreider koken in het weekend’ niet helemaal wordt geëvenaard.
Deze kip is echt zondags en toch zo makkelijk dat je hem of haar zonder het geringste bezwaar door de week op tafel zou kunnen zetten.
Kip met zoete knoflook (voor 4 à 6 personen)
- 1 goede kip
- 3 bolletjes knoflook
- dotje tijm
- 1 el olie
- 1 el boter
- 2 dl slagroom
Stop een dotje tijm in de buikholte van de kip, braad die aan alle kanten lichtbruin in een mengsel van olie en boter, draai het vuur laag en voeg de ongepelde tenen knoflook toe. Zet de kip met een deksel op de pan in de oven op 150 graden en laat een uurtje staan. Prik erin om te kijken of hij al gaar is (wit vocht uit het dijbeen, niet roze). Haal de kip en de knoflooktenen met een schuimspaan uit de pan, schep de bovenste laag vet zoveel mogelijk van de jus en giet er de slagroom bij. Laat de saus zachtjes wat inkoken terwijl je de tenen knoflook uitperst. Doe de knoflookpulp bij de saus. Snijd de kip in handige stukken. Doe die terug in de pan, warm even door en dien op. Bijvoorbeeld met verse pasta en tuinbonen.
