Wat eten ze in Zweden?
Gisteren schreef ik over de Zweedse onderzoekster die ik aan de telefoon had en die graag wilde weten hoe ‘wij’ – ineens is men als informant een belangrijk onderdeel van de Nederlandse bevolking – over de Zweedse culinaire aspiraties dachten. Want, vertelde ze, in Zweden geloven ze stellig dat het mogelijk zal zijn om culinair toerisme te trekken. Ach ja, denk je dan vaag, waarom niet. Maar als je even probeert te verzinnen wat voor culinaire bijzonderheden ze in Zweden dan hebben te bieden, dan schiet het niet geweldig op.
Zoet wit brood. Haring in tomatensaus. Haring in dillesaus. Haring in roomsaus. En verder eh, tja. Gepekelde groenten. En gehaktballetjes natuurlijk! Beroemd dankzij Ikea, maar om nu te zeggen dat je ervoor in de auto zou springen en naar Zweden zou rijden – nee.
„We hebben elandvlees”, zei de Zweedse onderzoekster. „En we hebben heel goede restaurants.”
Aha, zei ik.
Maar ik was wel wat beschaamd over mijn uiterst geringe kennis van de Zweedse keuken. Eigenlijk, merkte ik, heb ik zoiets in mijn hoofd als ‘Scandinavisch’ en daar valt Deens smörrebröd onder en Noorse zalm en iets met bessen – zijn die niet Zweeds, de cranberrie-achtige lingonberries?
En dan komt meteen ‘rödgröd med flöde’ in gedachten, een dikke saus van vers rood fruit met room, mmm! En Janssons frestelse, een heerlijk aardappelgerecht met ansjovis. En dan is het eigenlijk wel klaar.
Ik heb nog een Noors recept voor een ‘citroenposset’, een soort sabayon. Het is niet om over naar huis te schrijven. Als de gemiddelde kennis van de Nederlander over de Zweedse keuken zo gering is als de mijne – en dat zal vrees ik wel zo zijn, al zijn er natuurlijk mensen die er echt iets vanaf weten – dan is Zweden voorlopig nog niet de trekpleister die het zou willen zijn, culinair gesproken.
Wij zitten altijd maar naar het zuiden te kijken en te zwijmelen over Italiaanse lunches in de schaduw van bomen, maar je hoort zelden iemand over Zweedse jachtpartijen waarbij je je eigen eland roostert op een houtvuurtje.
Ze hebben daar toch ook heel veel paddestoelen, in al die bossen – herfstig Zweden, zou dat culinair gesproken niet een enorme trekpleister kunnen zijn? We gaan er eens een beetje aan werken. Het is toch eigenlijk heel raar, die culinaire eenkennigheid. Wel Thais koken, maar geen benul hebben van wat ze in Finland of Noorwegen eten.
Gisteren gaf ik het recept voor kroppkakor, de Zweedse versie van gevulde gnocchi, uit het kookboek Plat préféré van Jeroen Meeus, die de lievelingsgerechten van verschillende overleden beroemdheden kookte, waaronder die van Astrid Lindgren.
Lindgren kreeg behalve die kroppkakor ook Zweedse gehaktballetjes, pannekoeken, aardappelkoekjes en gemarineerde haring toebedeeld. Bij de kroppkakor horen gemarineerde bietjes, dat voelt echt Zweeds.
Gemarineerde rode bietjes (voor 4 personen)
- 5 rode bieten
- 6 dl water
- 200g suiker
- 2 dl witte wijnazijn
- 1 kaneelstokje
- 1 rode ui, in reepjes
- 6 kruidnagels
- 1 el geel mosterdzaad
- 1 el geraspte mierikswortel
Borstel de rode bieten schoon en kook ze in gezouten water gaar. Haal ze uit het water, pel ze en snijd ze in stukjes.
Breng 6 dl water aan de kook met suiker, azijn, kaneel, ui, kruidnagels en mosterdzaad.
Laat 15 minuten koken en roer er de geraspte mierikswortel door. Giet over de bieten. Laat afkoelen.
