Zelf gratis je eten plukken
Nota Bene: Berenklauw kan gemene brandblaren veroorzaken. Het is zaak de plant met handschoenen aan te plukken en echt alleen de jonge scheuten. Raak het blad niet aan. De blaren verschijnen, zo waarschuwen mensen, vaak pas de volgende dag en onder invloed van zonlicht. Dus pluk niet op een zonnige dag en draag lange mouwen. Of geloof gewoon maar dat er mensen zijn die berenklauw eten…
‘Nu zullen wij ons gaan bezighouden met het grootste werk van de natuur en de mens zijn eigen voedingsmiddelen voorhouden, en we zullen hem dwingen toe te geven hoe weinig hij weet van datgene waar hij van leeft”, schreef de Romeinse schrijver Plinius in zijn Naturalis Historia en twee millennia later is het nog altijd, of weer, even waar. Het citaat is de opening van het boek Van nature van Ria Loohuizen, waar ik gisteren ook al over schreef, een boek dat een gids en een stimulans wil zijn om te weten wat er zoal aan eetbaars groeit om ons heen.
Dat is meer dan je denkt. Als je dit boek goed zou bestuderen zou je best een poosje verstopt in het bos kunnen leven, in je zelf gebouwde boomhut en er alleen als het veilig was op uitgaan om te foerageren. Zo’n kinderdroom is dat – dat je de hut die je bouwde echt zou gaan bewonen. Er zijn ook mensen die in heel wat minder romantische omstandigheden zichzelf in de natuur in leven moeten houden.
De kans dat je zoiets overkomt is denkelijk klein, maar het zou toch een goed gevoel geven om de zekerheid te hebben dat je je wel enigszins zou redden als het erop aankwam, dat je eten zou herkennen, in het bos, in de wei, langs de weg. En niet alleen in de herfst, als het eten zich tamelijk overduidelijk manifesteert in de vorm van vossebessen, bramen en paddestoelen.
In één generatie, schrijft Loohuizen, is veel kennis verloren gegaan. Dat is ook logisch, het voedsel werd en wordt in ruime hoeveelheden aangevoerd en we zijn eraan gewend geraakt al ons eten te kopen. Maar ook al is het geen noodzaak, het is wel een vreugde om ‘gratis’ te eten of anders toch een deel van je eten zelf te vinden en te plukken.
Tot mijn verrassing zag ik in Van nature dat je een plant kunt eten waar ik altijd wat angstig omheen loop: de berenklauw. Schitterend zijn ze, dat wel, met hun enorme bladeren en hun reusachtige schermbloemen die meer dan manshoog in de berm staan. Maar veel mensen zijn er allergisch voor, ze krijgen brandplekken op de huid, en het is zo’n allergie die alleen maar heviger wordt als je haar eenmaal hebt.
Loohuizen noemt dit bezwaar ook, maar ze zegt erbij dat dat alleen bij volle zon gebeurt, die jeukerigheid, en dat de jonge scheuten moeten worden afgesneden voor het blad zich helemaal heeft ontvouwen. Dan, schrijft ze, is deze plant „een van de lekkerste wilde groenten – zo subtiel als asperges”.
Ik geef het recept maar vast door, want nu is de tijd, maar ik heb het nog niet geprobeerd. Moet nog op zoek naar bereklauw die ik in eigen tuin met succes heb uitgeroeid.
Berenklauw frittata
- 20 g boter
- 1 sjalot, gehakt
- 1 teentje knoflook, gesnipperd
- handje vers afgesneden berenklauwscheuten
- 6 eieren
- scheutje room
- evt. parmezaanse kaas
Neem een geëmailleerde ovenschaal die op het gas en in de oven kan. Verwarm de oven voor op 180 graden.
Snijd de berenklauwscheuten in stukjes van 4 cm. Smelt de boter in de ovenschaal op een middelhoog vuur en fruit de sjalot en de knoflook aan tot ze glazig zijn. Doe de berenklauwscheuten erbij en sauteer ze op een laag vuur gedurende ongeveer 8 minuten. Bestrooi met zout en peper.
Klop de eieren los met een scheutje room en schenk de massa bij de berenklauwscheuten in de ovenschaal. Roer alles even snel door elkaar en zet de schaal in de oven tot de eieren gestold zijn, ongeveer 15 minuten.
Snijd de frittata in punten of stukken en geef er eventueel Parmezaanse kaas bij.

