Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Schattige topjes in de soep

Het is misschien zo dat er nog niet zo veel te groeien en te bloeien staat in de moestuin, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat er niets te eten valt uit het wild. Voor een beetje wildeter, een heel wat leuker type dan de wildplasser, valt er altijd wel wat te verzamelen uit het wild. Maar je moet het weten. En je weet het niet altijd. Dus kocht ik onlangs Van nature. Het verzamelen en koken van wilde planten, vruchten, noten en paddestoelen, een behulpzaam boek van een van de meest gedreven voorvechters van uit het wild eten, Ria Loohuizen.

In dat boek staat zo’n beetje alles wat je nodig hebt als je wilt weten wat je kunt doen met wat om je heen groeit. Allerlei mensen hadden de laatste tijd al gezegd dat het nú de tijd is om brandnetelsoep te maken, en nu zegt Van Nature dat ook. Dus gaan we dat doen.

Brandnetels moeten bij voorkeur in het vroege voorjaar geplukt, zegt Loohuizen, als ze nog niet prikken. Of niet zo erg prikken.
Van Nature geeft ook veel echt fijne recepten, sommige met een minimale inbreng uit de tuin of de berm, andere die zinloos zijn om te overwegen als je niet eerst je botaniseertrommeltje goed hebt gevuld, of gewoon met een mes of schaar en een fietstas erop uit bent geweest.

Als je zo’n boek gaat gebruiken – wat eigenlijk betekent: zo’n houding gaat aannemen, zo iemand gaat worden – moet je natuurlijk wel op zijn minst altijd een goed zakmes bij je hebben. Of een heel slim snoeiknipschaartje. Sowieso niet zo’n gek idee, soms zie je in de bermen ook heel mooie bloemen of verwilderde takken die het wat leuk zouden doen in een vaas, maar die onmogelijk zijn af te scheuren. Dat zou je ook niet willen. Gewoon netjes wegknippen is prima.

Ik leerde bijvoorbeeld ook meteen al dat je met klein hoefblad, de plant die op het omslag van het boek staat en die ook als een van de eerste bloeiertjes verschijnt, smakelijke dingen kunt doen. „Vooral de bloempjes zijn aromatisch en mals en kunnen rauw of even in de boter gebakken gegeten worden.” Kijk, zoiets klinkt leuk. In de boter gebakken bloemen.

Maar eerst maar eens de brandnetelsoep hè. De brandnetel is een voor iedereen bereikbaar gewas, je hebt er geen tuin voor nodig, geen buitenleven: overal is wel een veldje waar brandnetels staan. Nu komen ze op, met wel aandoenlijke kleine blaadjes, en die gaan we dus meteen, (hard zijn! Ook tegen brandnetels!) in de soep koken. Met eiermimosa – kreeg ik laatst in een restaurant ook, in de aspergesoep: van die kleine bolletjes gekookte eierdooier. Heerlijk.

Brandnetelsoep met eiermimosa (voor 6 personen)

  • een vergiet vol jonge brandnetel-topjes
  • 2 middelgrote aardappelen
  • 50 g boter
  • 1 grote ui
  • 2 tenen knoflook
  • 1 l groente- of kippenbouillon
  • 4 hardgekookte eieren

Pluk de brandnetels met handschoenen aan en doe ze in een vergiet. Houd die onder de hete kraan om de prik eraf te krijgen.

Schil de aardappelen en snijd ze in blokjes. Hak de ui en de knoflook fijn.

Smoor de ui en de knoflook zachtjes in de boter in een soeppan, ze moeten niet bruin worden, alleen zacht. Doe de brandnetels erbij en roer goed. Schenk de bouillon erbij, breng tegen de kook aan en laat alles een uur pruttelen.

Kook intussen de eieren, haal de dooiers eruit en prak die grof. Het eiwit kan in een salade verwerkt worden of op een toastje met een pittige pesto.

Pureer de soep en dien hem op met een eetlepel eiermimosa in elk bord.

Geplaatst in:
Soep
Lees meer over:
aardappel
boter
brandneteltopjes
ei
groentebouillon
kippenbouillon
knoflook
ui

4 reacties op 'Schattige topjes in de soep'

Norbert

Goed zo dat je dit publiceert. Brandnetelsoep is erg lekker. Kruidig van smaak. Onder mijn link heb ik de verwijzing naar de fameuze Lady Ridley’s Nettle Soup. Brandnetels kunnen ook als een “spinazie” worden bereid. En dan ook met ei.

Groet, Norbert

Paul vd Hart

Zou wel een stukje het bos ingaan.

Hoe dichter bij de rand van ‘t woud hoe meer honden, en op die nog lage jonge plantjes zal al de nodige hondenpipi gedropen zijn….

Jan

‘een heel wat leuker type dan de wildplasser’
Op Najib Amhali na dan.

anne uuldersma

De ‘wild-eter’ zou die nu Nooiiittt hoeven plassen???
In dergelijke braafheid geloof ik niet. Als er in de lanen op, de paden in geen toilet te vinden is en oh, je moet zo nodiggg….
Waarschijnlijk is niemand die voor z,n plezier in de brandnetels of er net boven gaat staan plassen. Au,au. Of men moet nog denken, dat brandnetelprikken goed voor de reuma zijn ofzo, anders laat je het toch wel.
Maar, voor wie het nog niet weet, er bestaan zowel voor de man als de vrouw speciale plaszakjes.