Je moet de vijand opeten
De tuin gaat nu heel hard, elke dag komt er meer boven de grond. Planten waarvan je de plek vergeten was, planten waarvan je het bestaan vergeten was – is dat nu gulden roede die óveral opkomt? Planten die je liever had willen vergeten maar die je daartoe nooit de kans geven. Alweer uren aan het wieden geweest en weer voor de zoveelste keer versteld gestaan van de vijandelijkheden in de plantenwereld. Dáár zit men elkaar een potje dwars! Dat is iets ongelooflijks.
Ze groeien gewoon dwars door elkaar heen en hebben geen enkel respect voor andermans privacy of gerechtvaardigde groeilust. Ze maken met hun wortels hele stukken grond zo ontoegankelijk mogelijk voor anderen – als iemand die de dagen voor Koninginnedag zekerheidshalve alvast de halve stoep afplakt met bordjes ‘Bezet’ .
Je denkt vanzelf aan het sonnet van Vestdijk ‘Keuvelend met verliefde kronen’ waarin hij beschrijft hoe een beuk en een berk zo mooi naast elkaar groeien, ‘Hier even breed, daar even smal, stromen hun stammen naar beneden’. Maar onder de grond is het anders, ‘Daar heerscht de nijd van ’t voorgeslacht’, precies zoals bij mij in de tuin:
Elkaar verdringend, moord beramend
In zulk een schennis van ’t verbond,
Dat elk der wezens zich zou schamen
Wanneer ’t kon schouwen in zijn grond.
Zoiets kunnen wij mensen ons dan ook wel weer aantrekken – wat zich in het half- of onbewuste afspeelt is echt niet allemaal heerlijk geurend.
De wortels van het zevenblad die ik ooit beschreven heb gezien als ‘bleke slieren spaghetti’ en die ik daardoor goed herken, zijn in deze tijd van het jaar, nu de grond betrekkelijk los is en alles nog niet vol staat, redelijk goed te volgen en omhoog te spitten. Niet dat ik de illusie heb van het zevenblad af te komen, maar je wilt het gewoon niet overal hebben.
Ik probeer ook steeds aan de zeer tuinkundige vriendin te denken die eens zei „het is eigenlijk wel een aardige bodembedekker”. Het is ook maar een afspraak dat je vreselijk tegen zevenblad moet zijn. Hoewel je het niet meer als een opgedrongen mening ziet als het zevenblad dwars door je akeleien omhoog komt of dwars door het straks onwaarschijnlijk prachtig bloeiende zeeuws knoopje.
„Je moet de vijand opeten”, zei eens een andere vriendin tegen me en dit jaar ben ik vast van plan dat te gaan doen. Dus een recept voor zevenbladsoep, die trouwens, voor wie geen tuin vol zevenblad heeft te betreuren, net zo goed van spinazie gemaakt kan worden.
Spinazie- of zeven- bladsoep met linzen
- 130 g bruine linzen
- 250 g spinazie of zevenblad
- 1 tl komijnzaadjes
- 3 lente-uitjes
- 1 teentje knoflook
- olijfolie
- kneepje citroen
- Turkse yoghurt
- eventueel harissa
Fruit het uitje met wat komijnzaad en peper en zout in de olie. Doe er de afgespoelde linzen bij en schep goed om. Giet er ruim een liter water bij en laat koken tot de linzen gaar zijn (ongeveer 20 minuten). Was het zevenblad of de spinazie, snijd het en laat uitlekken. Verwarm de olie in een grote koekenpan, bak de knoflook kort, doe de bladgroente erbij en laat even stoven. Doe het gas uit.
Pureer de gare linzen in de soep met een staafmixer, ze hoeven niet allemaal vermalen te worden. Doe de spinazie met bijbehorend vocht erbij, en voeg een kneepje citroen toe aan de soep.
Dien zo op, of met een bakje (zelfgemaakte) harissa, de sambal van Noord-Afrika, en een schep dikke yoghurt.
