Geblokt en toch elegant
Op mijn tafel staat een bakje met de meest vertederende bloemen die er bestaan.
Nu beginnen zich in ieders hoofd natuurlijk vertederende bloemen voor te doen, of zelfs de vraag: kunnen bloemen wel vertederend zijn? Daarover kan ik kort zijn: ja.
Er zijn veel vertederende bloemen: een enkele van bijna willekeurig welke bloemsoort als die zich op een onwaarschijnlijke plaats gevestigd heeft, sneeuwklokjes met hun groene neusjes, de vlinderachtige lathyrus.
Maar dat alles bedoel ik niet. Ik bedoel: kievietsbloemen. Die hebben de dunst denkbare steeltjes en blaadjes, alsof ze getekend zijndoor een zeventiende-eeuwer. De bloemen zelf vertonen iets wat geen bloem ze nadoet: een blokjespatroon. Geruite bloemen, kom daar verder maar eens om. En dan het wonder: geruit zijn én elegant. Dat kan bijna niet, zoals iedereen weet die aan stoere boerenruitjes denkt. Maar de kievietsbloem, met paars-witte blokjes, zweeft op een ijl steeltje en zegt: het is lente. Alles is pril. Alles is als lammetjes op houten pootjes, als de eerste sprietjes groen, als speenkruid in sterren langs de sloten, als de fitis (of de tjiftjaf) die zo slank en opgewonden zit te kwetteren – ach hou op. Lentepoëzie.
Kievietsbloemen kun je niet eten, maar de behoefte om iets te eten dat zo rank en slank is als die kievietsbloemen neemt wel toe.
Wat eigenlijk het meest in de buurt komt van dat prille gevoel is eten in wit en groen. En dan met dunne steeltjes. Raapsteeltjes.
Nu valt er met raapsteeltjes van alles te doen: je kunt er soep van maken, je kunt ze door de pasta roeren of in een met olijfolie overgoten stapeltje bij de polenta leggen. Ze laten zich eten als salade, met doperwtjes bijvoorbeeld en een zachte kaas. O je kunt het zo gek niet verzinnen – quiche, pannekoek, pesto – of het kan met raapsteeltjes.
Maar daar is het raapsteeltje niet voor. Het raapsteeltje is bedoeld om in de stamppot te gaan.
Ja sorry, zo is het nu eenmaal, ik kan er ook niets aan doen, voor klachten kunt u zich melden aan het volgende loket.
Bij de raapsteeltjesstamppot zijn verscheidene dingen goed mogelijk: een flinke klont boter en verder niets. Spekjes. Varkenskarbonades. Een stoofpotje van rundvlees. Lamskarbonaadjes. En ineens het winnende idee: gestoofde lamsschenkel. Dat is het! Als dat geen voorjaarseten is. Zet de kievietsbloemen op tafel (het beste is met bol en al in een schaaltje of kommetje) en laat de lente komen.
Gemarineerde lamsschenkels
- 4 lamsschenkels
- 20 rozijnen
- 2 tenen knoflook
- 0,5 dl rode wijnazijn
- 1 fles rode wijn
- 4 jeneverbessen
- 4 allspice (piment) bessen
- 10 zwarte peperkorrels
- 3 laurierblaadjes
- 2 glazen port
Maak 5 sneetjes in elke lamsschenkel en duw daar een rozijn en een schijfje knoflook in. Meng alle ingrediënten behalve het zout en de port en giet die marinade over het vlees. Draai het gedurende twee dagen geregeld om.
Verwarm de oven op 160 graden. Leg het vlees met de marinade in een braadpan en zet die drie uur in de oven, draai de schenkels af en toe om. Het moet langzaam gaan, niet braden maar stoven. Als de schenkels helemaal zacht zijn, haal ze dan uit de jus en houd ze warm. Zet de pan op het gas, schep er zoveel mogelijk vet af, giet er de port bij en kook in tot sausdikte. Breng op smaak met zout, en giet de saus door een zeef over de lamsschenkels.
Serveer er raapsteeltjesstamppot bij.
