Troostrijke smeuïgheid
De laatste jaren zijn er heel nieuwe soorten eten uitgevonden net zoals er soorten eten verdwenen zijn. ‘Ziekenkost’ bijvoorbeeld, daar hoor je niemand meer over. Of over een versterkend hapje of een versterkende bouillon. Wij hoeven niet meer versterkt te worden. Hooguit nemen we een ‘high-energy drink’, ook een soort versterking maar dan om je onmiddellijk weer sportieve energie te geven, niet om een arm zwak vrouwtje op de been te helpen die van heel weinig moet leven.
Dat was trouwens een leuke fantasie vroeger, wat je in het mandje voor zo’n vrouwtje zou pakken. Niet dat er zulke vrouwtjes waren, maar in Dik Trom bijvoorbeeld zijn ze nog wel. Dik ontdekt immers dat de ‘heks van de Achterweg’ helemaal geen gemene enge heks is, maar een doodarme vrouw – had ze zelfs nog een zieke man voor wie ze moest zorgen? Dat herinner ik me niet meer met zekerheid. Dik vertelt het aan zijn moeder en die maakt een mandje. Met versterkende etenswaren erin. Een pannetje soep als ik me niet vergis.
Ziekenkost, dat was bijvoorbeeld heel zacht gekookte rijst, in bouillon. Zachte, niet prikkelende dingen waren voor zieken heel goed, niet vet maar wel krachtig.
Wat ze vroeger dan weer niet hadden en wat wij nu wel hebben, is ‘troostvoedsel’, ook wel, omdat alles in het Engels hipper klinkt ‘comfort food’ geheten. En ‘soulfood’ dat hebben we ook, althans dat schijnen we te hebben maar ik weet nooit precies wat dat is. Al heb ik wel een kookboek waarin een afdeling staat die ‘food to warm the soul’ heet. Maar volgens mij is dat gewoon wintereten.
Als je mevrouw Balkenende was hè, en je man kwam nu elke dag somber en verdrietig thuis, dan wilde je wel troosteten maken. Wat maakte je dan?
Het beste troosteten is iemands lievelingskostje natuurlijk, al hebben mensen die ergens om treuren of ergens kwaad om zijn of een mengeling van die beide, de neiging om vast te houden aan hun treurige gevoelens, wat je ook op tafel zet.
Hoe het ook zij, je man komt thuis, hij is teleurgesteld, boos, verdrietig, wat is dan troostrijk? Iets met smeltende en zachte lagen en ook wat beet, iets pittigs en slurperigs of moet het vooral rood zijn met balletjes?
Smeuïgheid is tamelijk troostrijk. Kort gekookte sperziebonen die een beetje piepen tussen je tanden zijn beter als je toch al een goed humeur hebt. Ik knap zelf enorm op van venkelsalade met sinaasappel en van steak tartare maar de meeste mensen vinden dat niets als ze min zijn.
Het antwoord is natuurlijk logisch: potage bonne femme. Die soep heet vast zo omdat een neerslachtige man er geweldig van opknapt – zacht, romig, vol. En hij heet ook vast zo omdat-ie van zo ongeveer niets gemaakt wordt – vroeger konden goede vrouwen zulke dingen.
Potage bonne femme
- 100 g boter
- 1 pond aardappelen
- 2 dunne preien
- 3 wortelen
- 1l water
- 1 tl suiker
- 1 el room
Was de prei en snijd die in heel dunne ringetjes, snijd de wortel in blokjes. Smelt de boter en smoor de groenten daar even in tot ze lekker boterig zijn. Nu de in blokjes gesneden aardappelen erbij, roeren, water, suiker, peper en zout. Zachtjes gaar laten koken en door de roerzeef halen of even de staafmixer erin. Proef op zout en peper, voeg eventueel een lepeltje room toe en/of een drupje citroensap.
Eens kijken of die man opknapt. En anders heeft mevrouw toch zelf een bordje lekkere soep.
