Dat noemt zich gastvrouw
Koken is één ding, maar gasten ontvangen is iets anders. Niet altijd gaat dat samen. Sommige mensen zijn gewoon beter in koken dan in sociale activiteiten, andere willen als ze gasten krijgen heel speciale wonderbare dingen maken en die staan dus aan een stuk door met een rooie kop in de keuken en worden amper aan tafel gesignaleerd.
Als ze dan hijgend gaan zitten hebben ze zelf geen honger en kunnen ook eigenlijk over niets anders meer praten dan over het eten – als ze überhaupt nog kunnen praten en niet alleen maar in gedachten het tijdschema voor de verder gangen en gerechten zitten te repeteren. Bij gewone mensen die komen eten hoef je echt niet in een cocktailjurk klaar te staan en een heel diner moeiteloos uit je niet aanwezige mouw te laten rollen, dan mag je best nog even wat in de keuken doen. Niet té veel natuurlijk.
En het geeft ook niet als er eens geen voorgerecht of geen toetje is. Dat je elkaar spreekt en het gezellig hebt en dat de aangename sfeer verhoogd wordt door het eten is goed genoeg.
Je moet dan natuurlijk wel rekening houden met wat je gasten willen en kunnen eten. Van goede vrienden weet je vaak wel waar ze niet van houden – sommige goede vrienden permitteren zich keihard om van van alles en nog wat niet te houden en blijven tóch je goede vrienden – van mensen die minder vaak komen niet en dan informeer je dus even.
Zou je zeggen. Doodnormaal.
Toch was ik dat laatst vergeten te doen juist in een geval waarin je altijd moet informeren: schelpen. Veel mensen zijn immers allergisch voor schaal- en schelpdieren.
Stom. Dat noemt zich gastvrouw!
De gast wist intussen maar al te goed hoe men zoiets oplost. Ze zei meteen: ,,Geef mij gewoon een boterham met kaas” en drong erop aan dat ik me hier niet schuldig over zou gaan voelen – alsof dat een véél grotere ramp zou zijn dan dat zij geen eten kreeg en ze deed dat zo natuurlijk dat het ook leek of dat echt zo was.
Ik ga thuis droog oefenen om ook zo geruststellend te kunnen zijn.
Gelukkig had ik spaghetti bij die schelpdieren en kon het probleem enigszins opgelost worden door snel wat peper en knoflook te bakken en peterselie te hakken – maar stom blijft het.
Je zou een lijstje moeten maken van dingen waar je altijd van tevoren even naar informeert: allergieën (denk aan de veelvoorkomende notenallergie), eten ze vlees en zo ja ook orgaanvlees, ook rood vlees, ook varkensvlees? Eet men vis in alle verschijningsvormen (inktvis, schelvislever)?
Aan de andere kant kun je mensen ook wel eens over een vermeende afkeer heen helpen door ze gewoon iets voor te zetten. Hoe dan ook: dit supereenvoudige voorgerechtje lust iedereen. En diepvriestuinbonen zijn net zo lekker als de meeste verse en vaak lekkerder want de mooiste kleinste tuinboontjes worden ingevroren.
Tuinbonen met mozzarella (voor 4 personen)
- 1 bol mozzarella
- 3 ons diepvriestuinbonen
- handje raket (rucola)
- 10 zwarte olijven zonder pit
- 4 el olijfolie
- 1 el citroensap
Gooi de tuinbonen in diepgevroren toestand in gezouten kokend water. Wacht tot het water weer kookt en laat dan nog twee minuten koken. Giet de tuinbonen meteen af en spoel ze af met koud water.
Vermeng ze met de doormidden gesneden olijven en raket. Hussel om met olie en citroensap en bestrooi met peper en zout. Snijd een bol mozzarella in stukken en schik dit alles op een schaal.
