Wentelteefjes voor Sven
Nou Sven Kramer heeft goed geschaatst hè. We zijn allemaal oranje van trots. Wat zou Sven nu eten ter voorbereiding van een wedstrijd? Heel veel koolhydraten ongetwijfeld, dat doen sporters altijd. In zijn geval, als je de reclamecampagnes mag geloven: brood. ‘Daar zit wat in’ laat Sven ons immers steeds weten. Ja daar zit van alles in, allerlei spullen die je niet per se in je eten had willen aantreffen, zoals broodverbeteraars – sojameel en lupinemeel onder andere, niets verkeerds aan behalve dat veel mensen er een allergie voor ontwikkelen.
Verder verschillende emulgatoren en varkenshaar, dat wil zeggen: proteïne uit varkenshaar wordt gebruikt om brooddeeg zachter te maken. En gebrande mout, voor die gezonde donkere kleur van het brood.
Strikt genomen heb je voor brood niet meer nodig dan meel, water en gist, en een klein snufje zout. Maar dan heb je ook tijd nodig, om het deeg te laten rijzen, en honger, om het brood meteen op te eten want het blijft dan niet dagenlang ‘vers’.
Enfin. We hadden het over Sven Kramer. Die deed zijn best met die broodcampagne, die gunt ons allemaal goed en lekker brood.
Maar wat eet hij nu zelf, met brood. Als hij iets warms wil. Misschien wel eens een wentelteefje – iemand sprak het woord nog uit tijdens het weekend en ik voelde meteen een golf van verlangen naar het wentelteefje, zo’n heerlijk in ei en melk geweekt oud boterhammetje (voor wentelteefjes is het juist goed dat brood oud wordt), even gebakken in de koekenpan en bestrooid met suiker.
En zo denkende schoot me een schotel te binnen (excuus voor het flauwe woordspelletje) die ik vroeger wel maakte, met brood en waanzinnig veel kaas en dus echt iets voor Sven. We moeten toch een beetje solidair met hem mee-eten? Eigenlijk is het een soort wentelteefjestaart: geweekt witbrood met losgeklopt ei, tomatensaus en verschillende soorten kaas, gebakken in de oven. Jummie. Echt voor als je iets lekker kazigs en vriendelijks en warms wilt en dan maak je er een groene sla bij en klaar. Dan rijd je daarna met een noodgang vijf kilometer op de schaats.
Kaas- en broodsoufflé (voor 6 personen)
- 750 g mozzarella of bel paese
- 20 witte boterhammen
- ong. 6 dl melk
- oregano
- 6 eieren
- 6 el geraspte Parmezaanse kaas
voor de tomatensaus:
- 6 dl gezeefde tomaten (uit een pak)
- 1 ui, fijngehakt
- 2 el olijfolie
- gehakte peterselie, basilicum en tijm
- 1 tl suiker
Maak eerst de tomatensaus door de ui te fruiten in de olie. Bak de kruiden even mee. Voeg daarna de tomaten toe, suiker en peper en zout en laat 20 minuten pruttelen.
Week intussen het brood in de melk. Vet een ruime ovenschaal in en bekleed de bodem daarvan met boterhammen. Giet er door een zeef wat van de tomatensaus over, strooi er oregano overheen en beleg de tomatensaus met kaas.
Maak zo meerdere lagen, eindig met een laag tomatensaus met oregano. Klop de eieren los en roer er de Parmezaanse kaas door. Giet dat over de broodschotel en prik met een vork op verschillende plaatsen in het brood om te zorgen dat de eiermassa door het geheel heen zakt en niet alleen en laagje aan de buitenkant is.
Bak de schotel ongeveer een uur op 180 graden tot-ie goudkleurig, of nee, eigenlijk feestelijk oranje is en gerezen en een lust voor het oog.
