Alles is onvoorstelbaar
Hoe de menselijke verbeeldingskracht toch te kort schiet, bedacht ik gisteren, mijn eigen verbeeldingskracht doodleuk tot uitgangspunt nemend van een algemeen menselijk verschijnsel. Afgelopen dinsdag liep ik over het fietspad langs het nu al tijdenlang bevroren diep en dacht terug aan hoe dat fietspad, nog niet eens zo lang geleden, helemaal verdwenen was onder de sneeuw, zodanig dat je hier en daar niet eens meer kon zien waar het gelegen had, met sneeuwduinen waar je in wegzakte. Onvoorstelbaar,mijmerde ik, dat zo’n pad zo weg heeft kunnen raken.
Gisteren liep ik langs hetzelfde pad en ja hoor: onder de sneeuw, hier en daar helemaal verdwenen door sneeuwduinen. Zo kon ik me een paar dagen geleden ook niet voorstellen dat ik nog weer zin zou krijgen in erwtensoep. Die tijd leek me voorbij. Maar zie: buiten staat een pan erwtensoep die ik zielstevreden gemaakt heb.
En, ik ben nu toch bezig, ik kon me al evenmin voorstellen dat iemand niet zou weten hoe erwtensoep te bereiden. Maar een vriendin hielp me ook uit deze waan: zij had geen idee hoe je erwtensoep maakt. En ze zou het dolgraag willen weten. Schrijf het nou gewoon op, zei ze. Maar iedereen kán het al, zei ik. Nietes, zei zij.
Nu, dan schrijf ik het op, maar dan zul je zien dat alle andere mensen het net anders maken en dan allemaal met van die quasi verbaasde gezichten gaan staan vragen: maak jij dat zó? Waarmee ze bedoelen: dat is fout.
‘Vleesribbetjes’ noemde de slager nu wat vroeger ‘varkenskrabbetjes’ heette en daarna ‘spare ribs’ – de laatste ribbetjes van het varken die zeer geschikt zijn voor soep. Wie het heel degelijk wil aanpakken gebruikt ook nog een varkenspoot, dat geeft mooi gelerende volle bouillon.
Erwtensoep
- 1 pond varkensribbetjes
- 10 peperkorrels
- 2 preien
- 2 laurierblaadjes
- 1 ui
- 2 kruidnagels
- 1 winterwortel, geschrapt
- 250 g spliterwten
- ½ knolselderie
- bosje peterselie
- 1 el ketjap asin of sojasaus
- 1 rookworst
Doe het afgespoelde vlees met het groen van de preien, de stelen van de peterselie, de laurierblaadjes, peperkorrels, ui, de halve wortel en de kruidnagel in een pan met 2,5 liter koud water en laat dat langdurig op een laag pitje trekken – een uur of vier.
Laat de bouillon helemaal afkoelen, schep het vet eraf, haal het vlees eruit en giet de rest door een zeef.
Spoel de spliterwten goed af en kook ze met de in stukken gesneden andere helft van de wortel en de selderieknol zachtjes gaar in een liter bouillon. Als dat te weinig dreigt te worden, giet je bouillon bij. Als de erwten etc. gaar zijn (na een uur) even met de staafmixer of de pureestamper het geheel fijn maken. Nu zoveel bouillon bij gieten als je wilt, dat hangt af van de gewenste dikte – ik heb twee liter bouillon gebruikt.
Haal het vlees van de ribbetjes en snijd het in stukjes. Snijd de prei in dunne ringetjes en doe die met het vlees in de soep. Voeg de ketjap toe (geen zoete gebruiken, erwtensoep is al vrij zoet) en zout en zoveel peper en grof gehakte peterselie als je lekker vindt.
Laat bij voorkeur tot de volgende dag staan en serveer met roggenbrood en katenspek, of, eigenlijk lekkerder, roggenbrood en gekookt zuurkoolspek.
Oh ja: de worst! Neem een echt goede, van een slager die zelf rookworst maakt van gelukkige varkens, dat loont de moeite en duur zijn ze toch niet.
