Wintereten is ook groenten
Vier hyacinten op glas staan te geuren in de kamer, maar dat is dan ook het enige lente-achtige wat er valt te ontdekken. Hoewel, nee, dat is niet waar: sinds een week al komt het me voor dat de meesjes een beetje anders zingen. Voorjaarsachtiger. En de stijf bevroren sneeuwklokjes zijn toch een eindje boven de grond gekomen. Nu merk je eens hoe we volstrekt van slag zijn geraakt door al die zachte winters, dat je eigenlijk denkt dat je recht hebt op sneeuwklokjes in januari, op krokussen lang voor de lente begint enzovoort.
Terwijl ik me mijn ontgoocheling als kleuter kan herinneren, toen de juf uitlegde dat het op 21 maart lente werd en ze een krokus op het bord had getekend maar ik buiten nergens een bloemetje zag. De lente trekt zich al niets aan van zijn officiële datum, laat staan dat-ie in februari verplicht zou zijn allerlei voorboden te sturen. Februari is een wintermaand en dat is maar goed ook.
Zo. Na deze krachtige toespraak die tot doel heeft geheel tevreden te zijn en te blijven met de barre weersomstandigheden – en werkelijk: het is heel mooi met al die bevroren sloten en het gele riet erlangs en met de lichtjes op de ijsbanen bij de dorpen – komt dan nu toch de vraag op wat je ook weer at als het almaar winter bleef.
Natuurlijk kun je dan heel goed Chinees eten en dat doe ik ook eigenlijk nog steeds, de pittige Sechuan keuken verstaat zich prima met koud weer, en je hebt ook Marokkaanse schotels met kikkererwten en kool die zich in de winter nergens voor hoeven schamen, maar je voelt toch langzaam maar zeker dat het grote stamppot en stoofschotel-eten moet beginnen.
Als je een uurtje door de weilanden hebt gelopen waar een ijzige wind dwars door je kleren blaast (laagjes, laagjes, laagjes is het adagium) denk je eigenlijk alleen nog maar dingen als ‘hutspot’, ‘erwtensoep’, ‘dadels met spek’. Ja ook dat laatste want dat borrelhapje, dat al is gezonken tot een kant en klaar hapje, is met gebruik van een goede dadel en reëel spek een soort mini spekpannekoek en geweldig winters warm. Je moet er dikke dadels voor nemen, die medjool of medjoel of mechoul heten of een andere spelling die daar op lijkt – die zijn heerlijk. Daaromheen een plakje echt goed spek, ietsje dikker gesneden, en dan rustig in de koekenpan bakken zodat het spek smelt en knapperig wordt en de dadel warm en zacht wordt en dan: hap! Oh wat lekker. Combineert ontzaglijk goed met droge sherry. Ja. Ik zeg het maar gewoon weer eens: sherry moet terug. We hebben de sherry zeer onterecht afgeschaft. Een glaasje droge oloroso is heerlijk en amontillado – mmm! Maar ook pedro domecq creamsherry is zalig, voor toe, dan hoef je niets anders meer.
Enfin. Wintereten. Je bent gemakkelijk geneigd tot vlees in de winter, maar het is ook zaak om ’s winters groenten te blijven eten. Bonen natuurlijk en witlof. En broccoli.
Broccoli met ansjovissaus (voor 2 personen)
- 1 struik broccoli
- 8 ansjovisfilets
- ½ teentje knoflook
- 2 el rode wijnazijn
- ½ tl verkruimelde rode peper
- scheutje olijfolie
Stamp de ansjovis met de knoflook fijn in de vijzel en doe er de rode wijnazijn bij. Stamproeren tot het saus is – er mogen best wat stukjes ansjovis in zitten.
Doe er een halve theelepel verkruimelde rode peper bij en een scheutje olijfolie. Nog even roeren en tien minuten laten staan zodat de smaken loskomen. Snij de broccoli in struikjes en stoom die gaar genoeg in ongeveer vijf minuten.
Dien ze op op een schaal met de saus eroverheen.
