Een verdwenen versnapering
Afgelopen zaterdag kreeg Henk Hofland, gevierd journalist en bekend sieraad van NRC Handelsblad, in de Stadsschouwburg feestelijk zijn boek De kronieken van S. Montag aangeboden, een boek dat gemaakt was ter ere van veertig jaar ‘Overpeinzingen’ want zo heten die kronieken als ze op zaterdag in de krant verschijnen.
Iedereen die er was kreeg dat boek óók aangeboden en daarom snelden veel mensen tijdig de schouwburg uit, terwijl anderen zich nog overgaven aan drank en dans, om zo snel mogelijk te lezen wat we de afgelopen veertig jaar hebben meegemaakt. Onder die wegsnellers ook de thuiskok, een verklaard bewonderaarster van S. Montag, die zich met het boek aan de borst geklemd richting huis spoedde.
En hoe heerlijk was ‘t, te lezen over onder meer verdwenen zaken als de walkman, de tipp-ex, de middagcultuur van de bourgeoisie en de roep van de voddenman, die in een overpeinzing uit de jaren zeventig nog volkomen vanzelfsprekend door de straat komt.
Wat is er veel verdwenenen veranderd! Parkeermeters – ineens besef je dat je ze al jaren niet meer gezien hebt omdat ze vervangen zijn door die geldvreters die een bezoekje aan iemand in de stad tot een bijna onbetaalbaar genoegen maken. En waar is de tearoom gebleven? Dat soort vragen.
Er komt zelfs een verdwenen versnapering in deze kronieken voor: de harde Wener. Er zijn vast en zeker nog wel banketbakkers die ze maken en onder die naam verkopen, maar dat neemt niet weg dat niemand ooit meer om zo’n taartje vraagt omdat het in feite niet meer bestaat.
Je denkt er niet vaak aan, aan verdwenen gerechten. Het bij leven bewust meemaken van het verdwijnen van iets dat je graag at, zoals Montag met zijn harde Wener, dat is iets waarvoor je een Montagse waakzaamheid aan de dag moet leggen. Mij schiet ineens níets te binnen. Alsof alles altijd op zijn plaats is gebleven, wat zoals ik heel goed weet, beslist niet zo is.
Nieuwe tractaties, de opkomst daarvan althans, weet ik best te verzinnen: neem het smerige vlammetje dat al decennialang tevergeefs probeert de bitterbal van zijn plaats te stoten, of de alomtegenwoordige ‘caprese’ met rubberen mozarella – er was een tijd, en die is niet eens zo gek lang geleden, dat mozarella hier te lande nergens te krijgen was, je moest er echt voor naar Italië. Voor de basilicum ook trouwens. Nu zijn er Groningse boeren met waterbuffels, die prima kaasjes produceren.
Terwijl ik zo liep te denken, maakte ik maar het gemakkelijkste toetje aller tijden dat toch heel mooi en heel lekker is en dat we ons misschien later wel herinneren als dat kleurige, frisheerlijke citrustoetje uit die koude winter, wanneer was die ook weer, 2010, ja, toen.
Dat toetje dat we sindsdien altijd zijn blijven eten…
Citrusfruit in rozemarijnsiroop (voor 6 personen)
- 275 ml sinaasappelsap
- 175 ml water
- 175 g suiker
- 1 takje rozemarijn
- 2 sinaasappels
- 3 bloedsinaasappels
- 1 grapefruit
- 1 roze grapefruit
Verwarm het sinasappelsap met water, suiker en rozemarijn. Roer even om de suiker op te lossen, breng het geheel aan de kook en laat zachtjes 20 minuten pruttelen.
Schil de sinaasappelen en grapefruits, verwijder naar vermogen de witte laag, en snijd alles in dunne plakken. Schik die in een glazen schaal en giet er het ingekookte sap overheen, het takje rozemarijn erboven op. Laat afkoelen. Amaretti zijn er goed bij..
