Zonder klein schepje suiker
Nu, we hebben een Mary Poppins. Ze is gisteravond gekozen, door de kijkers thuis en ze gaat de hoofdrol spelen in de Mary Poppins musical van Joop van der Ende. Noortje, zo heet ze (aan achternamen wordt zo weinig gedaan dat ik die helemaal niet weet), lijkt ontzaglijk geschikt, maar het is moeilijk om Julie Andrews te vergeten die in de film destijds (1964!) de strenge gouvernante speelde die behoorlijk wonderlijk bleek te zijn.
Ze kon vliegen en zingen en ze nam de kinderen op wie ze paste mee met een schoorsteenveger een getekende wereld in. Er zijn ook boeken van, die waren er eerst natuurlijk, en daarin is ze regelrecht pinnig, maar dat was ze in de film niet. Die schoorsteenveger was destijds Dick Van Dyke, een geweldig charmante schoorsteenveger, op wie Mary P. echt wel een beetje verliefd leek, al was het niets voor een Mary P. om verliefd te zijn.
Gisteravond zagen we Dick Van Dyke weer even – hij was nog steeds charmant. Je zou hem meteen weer willen zien schoorsteenveegdansen en daarbij willen horen zingen van „Chim chimmeny” met dat opgewekte: „I do what I like and I like what I do”.
Destijds werd er ook al een Nederlandse versie van Poppins gemaakt waarvoor het wonderbaarlijke woord: ‘supercalifragilisticexpialidocious’, Poppinstaal voor ‘geweldig’ ook in het Nederlands werd vertaald: ‘superformiweldigeindefantakolosachtig’. „Als je het kunt zeggen is het meesterlijk en machtig”. Helaas, hoorde ik gisteravond, is dat woord in de nieuwe Nederlandse tekst een hybride tussen Nederlands en Engels geworden.
Nu ja. Dat is misschien ook wel heel terecht, dat woord superformiweldigeindefantakolosachtig klinkt nu wat oubollig. En je hoorde het ook niet meer zo vaak. Om niet te zeggen: nooit meer. Evenmin als het liedje „Just a spoonfull of sugar” dat in het Nederlands „Met een klein schepje suiker” heet. Daar krijg je alles mee naar binnen.
Hoewel je dat liedje niet meer hoort is de strekking wel doorgedrongen. Ik at van het weekend toevalig twee kant en klare dingen, een tonijnsalade van een traiteur en pindasoep van Albert Heijn en beide waren, hoewel smakelijk, erg zoet. Dat liedje van Mary Poppins slaat op een bitter drankje dat je moet slikken, maar blijkbaar is álles in een bitter drankje veranderd.
Daarom Chinese garnalen zonder zoete chilisaus of zoiets. Ik zag ze staan in het boek Veel lekkers uit China! van Ching-He Huang. Het kwam me voor dat we ze al honderd jaar zo maakten zonder er Chinese gevoelens bij te hebben, ze leken meer algemeen Aziatisch, maar hoe dan ook, ze zijn echt superformiweldigeindefantakolosachtig en ook in een wipje klaar. Beetje rijst erbij en de maaltijd is gereed.
Pittige chili-knoflook garnalen (voor 2 personen)
- 2 el arachideolie
- 5 tenen knoflook
- 1 middelgrote rode chilipeper
- 250 g rauwe tijgergarnalen, gepeld
- 1 el droge sherry
- sap van 1 citroen of limoen
- 100 g sperziebonen
Hak de knoflook fijn, verwijder de zaadjes uit de peper en hak die ook fijn. Snijd de uiteinden van de sperziebonen af en snijd de bonen in vieren.
Maak de olie flink heet in een koekenpan en bak daar de knoflook en de chilipeper in, even maar, doe dan de garnalen erbij, roer om, en voeg de sherry en het limoen- of citroensap toe.
Zodra dat bubbelt de in kleine stukjes gesneden sperziebonen erbij, laten bakken tot de garnalen roze zijn. Proef op zout en dien meteen op.
