Of een auto, of een karbonade
Dat je beter een auto kunt kopen dan vlees kunt eten uit de bio-industrie, zei de Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer zaterdag in de opiniebijlage van deze krant. Hij schreef het eerder al op in zijn boek Eating Animals. Nu heb ik net een auto gekocht dus dat is een verrukkelijke boodschap. Het mag van Jonathan! Auto’s zijn minder erg dan de bio-industrie, die verantwoordelijk is voor 51 procent van de uitstoot van broeikassen. Rare sommetjes zijn dit toch altijd.
De interviewer, Ingmar Vriesema, zegt het ook al: mensen stellen zelf pakketjes samen van wat ze wel en niet willen doen of laten om ‘duurzaam’ en sociaal en behoorlijk te zijn. Dus kopen ze bijvoorbeeld spaarlampen, nooit spijkerbroeken die gemaakt zijn door uitgebuite Chinese meisjes, en alleen Max Havelaar koffie, en dan vinden ze bijvoorbeeld dat ze daartegenover elk vlees dat maar voorhanden is in de supermarkt mogen inladen. Of ze rijden geen auto en doen daarmee in één keer al genoeg voor het milieu.
„Het is geen zero-sum game”, zei Safran Foer daarop.
Ik kende die uitdrukking eerlijk gezegd niet. Een som die op nul uitkomt neem ik aan. En Jonathan Safran Foer zal er zoiets mee bedoelen als dat je niet het een tegen het ander kunt wegstrepen.
Maar ook zonder sommetjes, en ook met een auto – je kúnt niet zonder auto op het platteland, tenzij je graag kluizenaar wilt worden, en dan nog – is het oneindig veel beter geen vlees uit de bio-industrie te eten. Om erg veel redenen. De grenzeloze vervuiling ervan is natuurlijk een heel sterk argument, en de manier waarop dieren erin behandeld worden ook. Dat betekent als vanzelf dat we minder vlees moeten eten. De kleinschalige, diervriendelijke bedrijven kunnen de huidige vleesconsumptie beslist niet aan. De huidige vleesconsumptie is dan ook onzinnig hoog.
Nu is een probleem dat veel mensen helemaal niet weten wat bio-industrieel vlees is. Ik hoor dat zo vaak. Ze kopen gewoon hun vlees in hun supermarkt en hebben geen idee waar dat vandaan komt. Als ze wel de klok hebben horen luiden, is het voldoende als de fabrikant een groen etiket maakt of een naam met ‘groen’ erin of met ‘happy’ of een blij dier in een wei op de verpakking – dan denken de meeste mensen dat het wel snor zal zitten.
En ze zeggen ook, als ze wel in de gaten hebben dat er biologisch vlees en industrieel vlees is (die namen biologisch en bio-industrie zijn verwarrend), dat biologisch vlees te duur is. Ja het is duur. Maar wie veel minder vlees eet, is per saldo goedkoper uit.
We doen hoe dan ook mee aan een vleesloze dag per week zou ik zeggen. Bijvoorbeeld met dit aardappelgerecht van Claudia Roden.
Aardappel met selderie en citroen (voor 4 personen)
- 5 el olijfolie
- 400 g aardappelen in blokjes
- 3 stengels bleekselderie in stukjes
- 2 venkelknollen, in kwarten
- 2 geplette teentjes knoflook
- 4 takjes munt
- 4 takjes basilicum
- sap van een ½ citroen
- schil van een ½ zoute citroen
- 12 groene olijven
Doe de aardappelblokjes met 2 eetlepels olie in de pan. Leg er de stukjes bleekselderie en de parten venkelknol op, doe de knoflook erbij met zout en peper en giet er zoveel water op dat het net onder staat. Breng aan de kook en laat 15 minuten sudderen.
Voeg de gehakte kruiden toe, de schil van de zoute citroen en 12 groene olijven en laat nog tien minuten zachtjes koken zonder deksel tot de groenten gaar zijn. Knijp er wat citroensap over uit en besprenkel met de rest van de olie.
