Verwaarloos vastkokers niet
Wij zijn echte aardappeleters, wij Nederlanders. Wat eigenlijk merkwaardig is, want we hebben het echt moeten leren. De aardappel was hier niet inheems en is ergens in de zestiende eeuw uit Zuid-Amerika in Europa terechtgekomen. Hij is niet in Nederland aan land gegaan, dus heeft-ie er nog even over gedaan om ons te bereiken en toen werd- ie natuurlijk, zoals dat gaat met nieuwe producten, als heel bijzonder en exclusief beschouwd. Niet als iets om dagelijks in grote hoeveelheden op je bord te laden zonder verder ergens bij na te denken.
Dat doen we ook niet meer hè, wij niet, ándere mensen doen dat.
Aangezien bijna iedereen een culinaire windvaan is, ik ook, heb ik inderdaad jarenlang weinig aardappelen gegeten. Jammer, achteraf gezien.
Niet dat al die pasta en rijst niet lekker was, maar er gaat toch eigenlijk niets boven aardappelen. Aardappelpuree, aardappelgratin, aardappelen met schil uit de oven, gekookte krieltjes, pommes de terre Anna, aardappelkroketjes, patat, pommes risolées, gepofte aardappelen – hou maar op, als je even nadenkt weet je meteen ontzaglijk veel heel gewone en gebruikelijke dingen om met aardappelen te doen die bijna allemaal onweerstaanbaar lekker zijn.
En dan toch gewoon Thais gaan zitten eten. Hoe haalt een mens het in haar hoofd. (Was wel lekker soms, dat Thais, trouwens. Ga ik gauw weer eens doen.) (Stiekem. Als die aardappelfanaat niet oplet.)
De aardappelbelangstelling is al jarenlang weer terug. En de nieuwe belangstelling heeft, in bepaalde kringen althans, ook weer hernieuwde belangstelling opgeleverd voor soorten aardappelen. Geen bintjes meer, die waren moe en raakten vol gif, maar roseval brengt iedereen graag op tafel. De kruimige aardappel, ik schreef dat gisteren al, is in die belangstelling wat achter gebleven, al wisten verstandige eters en schrijvers al lang dat daar veel te genieten viel – ik wijs nu even op het boek De aardappel van Alma Huisken dat helaas alleen nog antiquarisch te krijgen is.
Van Diny Schouten, tegenwoordig gevierd pasteibakster maar daarvoor een zeer goed geïnformeerde culinaire journalist, had ik geleerd dat puree veel lekkerder is van kruimige aardappelen – die hebben een structuur die eenvoudigweg sméékt om puree, terwijl je die harde jongens echt moet platslaan en dooddrukken en dan nóg protesteren ze heel graag met klontjes. Niet als je een pureeknijper hebt, die verslaat elke aardappel, maar anders wel. En puree moet ook met warme melk gemaakt worden trouwens, scheelt allemaal in smaak en structuur.
Maar dat wil niet zeggen dat de vastkoker verwaarloosd moet worden. Voor dit recept, waarvan ik niet goed weet waarom het Normandisch zou zijn, waarschijnlijk omdat Normandiërs ook veel aardappelen eten en er meer mee doen dan wij, zijn stevige aardappelen nodig, Nicola’s bijvoorbeeld. En het is verrassend lekker en zeer gemakkelijk.
Pommes de terres à la Normande
- 6 aardappelen
- 1 prei
- 1 ui
- 1 bosje peterselie
- 1 klontje boter
- bouillon
- 1d room (slagroom of crème fraîche)
Bak de prei en de ui in de boter. Als ze een beetje zacht geworden zijn de aardappelblokjes erbij doen. Bestrooi met wat peper en zout, roer om en giet er zoveel bouillon bij (evt. van een maggiblokje) dat de aardappelen net onder staan. Laat ongeveer 35 minuten koken. Giet er de room bij en laat nog even koken. Bestrooi met peterselie.
