Mooie familiale kooklust
Sommige mensen hebben familierecepten. Dat is een benijdenswaardig iets. Ooit kreeg ik van een lezeres een geweldig leuk plakboek opgestuurd, in kleurenfotokopie, met daarin familiefoto’s en recepten en verhalen over het gezamenlijke koken – wat een geluk spatte daar van de pagina’s, wat een familiale kooklust, en vooral: wat een doorgaande traditie waarin recepten van overgrootmoeder een plaats krijgen naast de vegetarische hamburgers die het piepkleine bebrilde jongetje Marijn vervaardigt: hij staat er glimmend van trots mee op een foto.
Niet in elke familie wordt aan koken zo’n belang gehecht. Niet elke moeder houdt van kroketten maken, niet elke overgrootmoeder laat boterkoekrecepten na.
In mijn familie circuleert precies één recept en daar doe ik dan af en toe wel opschepperig over maar veel stelt het niet voor (hoe heerlijk het ook is) (met abrikozen en lange vingers).
Maar tijdens de wel degelijk traditionele kerstlunch, verscheen een sinaasappelpudding op tafel. Wat een mooie pudding was dat! Hij bestond uit een frisse laag en en een romige laag en hij smaakte heerlijk en we wilden wel eindeloos pudding eten en toen zei degene die de pudding gemaakt had ineens: „Recept van tante Riet.”
En ook dat die laagjes eigenlijk niet de bedoeling waren. Die waren gekomen doordat de slagroom in een iets te pril stadium door de pudding heen geroerd was, dan heeft pudding de neiging om zich weer in twee delen te splitsen, een helder deel en een romig deel. Dat is me ook wel eens gebeurd met een bitterkoekjespudding maar zonder dat het zo’n aantrekkelijk extra effect opleverde.
Wie geen gescheiden pudding wil maar een pudding die een geheel is, moet wachten tot het mengsel waar de slagroom doorheen gaat echt koel is en nog niet stijf. Wacht je te lang dan krijg je klontjes gelatinepudding in slagroom, doe je het te snel dan heb je gesplitste pudding. Voor de zekerheid heb ik ‘m een keer correct gemaakt, dus als een geheel en ik moet zeggen: die in laagjes is lekkerder. Ik denk wel dat oudtante Riet daar ook content mee geweest zou zijn, het stáát namelijk ook nog eens mooi. Niet dat zij alleen maar op het uiterlijk lette, helemaal niet, zij kocht altijd bij de beste winkels en toen ze dat zelf niet meer kon stuurde ze haar nichtjes (mijn moeder en tante) met zéér gedetailleerde boodschappenlijstjes op pad, want ze bliefde niet zomaar gemberkoekjes, maar alleen die van de joodse bakker op de Churchilllaan en zo ging het met alles.
Een tante naar mijn hart, al was het voor degenen die zo lief waren boodschappen voor haar te doen wel eens een opgave.
Dit is een van de allergemakkelijkste toetjes die er maar te vervaardigen vallen, het enige is dat je een beetje op tijd moet beginnen in verband met het afkoelen en opstijven. Maar dat doet die pudding zelf, daar heb je geen werk aan.
Sinaasappelpudding van tante Riet
- sap van 5 sinaasappelen
- sap van 1 citroen
- 8 g of 5 blaadjes gelatine
- 100 à 125 g suiker
- 2,5 dl slagroom
Zet de gelatineblaadjes in de week. Los de suiker op in het sinaasappelsap door beide te verwarmen, koken is nergens voor nodig.
Knijp de gelatine uit en los die op in het warme sinaasappelsap. Laat afkoelen. Klop de slagroom stijf (niet tot boter, gewoon luchtig stijf) en roer die door de nog niet helemaal afgekoelde pudding, of roer die door de helft van het sinaasappelsap. Giet eerst de heldere vloeistof in de licht met olie ingevette vorm en daarbovenop de roompudding.
