Blond, bloed en bitter
Nu we Nationale Citrusweek beleven in onze keuken (pluralis majestatis, vermoedelijk ingegeven door het oranje van de sinaasappelen) gaan we als vanzelf wat in de sinaasappelliteratuur grasduinen. En zo kwamen we er ook toe om – niet heel verrassend, maar goed – eens bij Johannes van Dam te kijken wat hij zoal over bittere sinaasappelen zegt. Daar lazen we dat iedereen die met een oranje muts op loopt op Koninginnedag of die in oranje tenue bij het voetballen zit, helemaal verkeerd bezig is.
Nu is het niet moeilijk het daarmee eens te zijn, oranje is toch al niet zo’n mooie kleur, maar Van Dam bedoelt het anders. Historisch. Die kleur Oranje heeft niets met de naam van ons Koninklijk Huis van doen, de naam Van Oranje is ontleend aan de Franse plaatsnaam Orange en die naam komt weer van de Romeinse naam voor die plaats Arausio.
„Die oranje wimpels en rozetten [...] slaan dus echt nergens op”, schrijft Van Dam.
Over zoiets zou je kunnen twisten, want of de naam Van Oranje nu wel of niet van oorsprong iets met de kleur oranje te maken heeft, feit blijft dat oranje een kleur is. En dat je dus via die kleur naar het Koninklijk Huis kunt verwijzen. Maar goed, we zitten hier niet om een potje te ruziën over het doorslaggevend belang van de herkomst van de naam Van Oranje, maar om wat op te steken van Van Dams ongelooflijke kennis op elk etensgebied, en ook nu weer lazen we allerlei lezenswaardigs, waaronder de inlichting dat er ‘duizenden soorten’ sinaasappelen bestaan. Kijk, daar sta je dan weer niet bij stil. Wat dom is, want van alles bestaan vele soorten, van meesjes tot aardbeien en van wol tot sinaasappelen: niets komt in één soort en wie gewoonweg ‘viooltjes’ zegt of ‘zwanen’ laat zich direct kennen als een niet-kenner. Maar ja, we schieten niet erg op met over de wereld te praten als we voortdúrend de soortnamen moeten vermelden.
Gelukkig is daar bij sinaasappelen ook geen beginnen aan, lees ik bij Van Dam, die daarom ruwweg drie soorten onderscheidt: „de blonde, de bloed, en de bittere”. Makkelijk genoeg. Met die bittere zijn wij nogal bezig tijdens deze Nationale Citrusweek en wij hebben er ook nog steeds geen genoeg van. Een taart die we vroeger tot onze innige tevredenheid met gewone, pardon: blonde sinaasappelen maakten, hebben we nu vervaardigd met bittere en ach. Ach. Hoe anders werd het en hoe onvergelijkelijk veel opwindender.
En sterker nog, omdat het ons aan twee noodzakelijke eieren ontbrak hebben we het hele recept ietsje veranderd en een deel daarvan gebakken als madeleines, de mooie schelpachtige cakejes die beroemder zijn geworden als literair geheugenmoment dan als lekkernijen. Maar wij zeggen u: maak sinaasappelmadeleines en altijd, altijd als u er weer eentje eet zult u zich deze eerste keer herinneren.
Madeleines van hele sinaasappelen (Voor ongeveer 30 stuks)
- 2 (bittere) sinaasappelen
- 4 eieren
- 250 g suiker
- 1 tl bakpoeder
- 150 g blanke amandelen
- 50 g hazelnoten
- 125 g amandelmeel
Kook twee (bittere) sinaasappelen in ongeveer anderhalf uur gaar. Verwijder de pitten en maal de sinaasappelen met schil en al in de keukenmachine.
Verwarm de oven op 175 graden. Maal de amandelen en de hazelnoten grof. Klop de eieren met de suiker, het bakpoeder, de noten en het amandelmeel door elkaar. Vermeng dit met de sinaasappelen.
Vet een paar madeleinevormen in met olie en bak de cakejes in 20 à 25 minuten gaar.
