Pudding is in de mode
Soms weet je totaal niet wat in de mode is blijkbaar. Dacht ik dat we al jaren geen kaasfondue meer aten, blijkt dat stiekem weer totaal teruggeslopen te zijn. Ook denk ik bijvoorbeeld dat pudding weer helemaal terug van weg is. Hopelijk klopt dat wél. Je krijgt ineens weer vaak pudding bij mensen en puddingvormen zijn al een paar jaar geweldig duur. Ik ben al wel eens bij iemand geweest die ze bleek te verzamelen, een kast vol, mét onderborden.
Dat laatste is het moeilijkste bij puddingvormen, het bijpassende onderbord waarop de vorm in kwestie volmaakt past. Dus een ovaal bord als je zo’n ananaspuddingvorm hebt en een ruim rond onder een torentjesvorm of hoe noem je dat, zo’n klassieke drilpuddingvorm met allemaal bobbels erop.
Het probleem met puddingvormen, ik heb het daar wel vaker over gehad vrees ik, is het storten van de pudding: het is heel moeilijk om de pudding volmaakt uit de vorm te krijgen – om ’m überhaupt uit de vorm te krijgen. Even met olie invetten voor je de warme pudding erin doet helpt, en de vorm in gloeiende heet water houden als je wilt gaan storten helpt ook, maar bij dat laatste is altijd moeilijk te bepalen hoe lang je dat gaat doen. Met een stenen vorm kan het best even duren voor het buitenste puddinglaagje wat zachter wordt en als je zíet dat dat gebeurt ben je te laat, dan is je pudding al aan het smelten.
Niet dat het erg belangrijk is, maar de presentatie wil ook wat.
Mijn beste puddingvorm is de minst ooglijke die ik bezit: een tupperware vorm met een los dekseltje als bodem. Er zijn een paar van die dekseltjes bij, in eentje zie je een kerstboom, in de andere een hartje enz. Als je met die vorm de pudding wilt storten trek je gewoon dat bodemdekseltje eraf en – bwloep! – zakt de pudding op het bord. Geweldig.
Met kerstmis at ik twee heerlijke puddingen, de één een pudding Malakov, die Russisch klinkt en heel rijk is aan ingrediënten, de andere een sinaasappelpudding die juist heel eenvoudig maar heerlijk fris en bijzonder is. Vandaag de Malakov, volgende week de sinaasappelpudding. Want we willen nu even lekker aan de puddingmode mee doen.
Pudding Malakov
- 2 el van elk krenten en rozijnen
- likeur (bijv. marasquin)
- 2 peren en 2 appelen
- 4 dl melk
- 6 eierdooiers
- 175 g suiker
- 8 g (5 blaadjes) gelatine
- ¼ l slagroom
- 2 el oranjesnippers
- 2 el geschaafde amandelen
- 10 lange vingers
Week de rozijnen en krenten een nacht in de likeur. Schil de appelen en de peren en snijd ze in kleine stukjes. Kook die zachtjes gaar met een schepje suiker, maar laat ze niet uit elkaar vallen, het moeten wel stukjes blijven.
Zet de gelatine in koud water in de week. Kook de melk. Klop de eierdooiers los met de suiker en giet daar wat van de kokende melk door, al kloppend. Giet er vervolgens de rest van de melk bij, klop goed en zet het geheel op het vuur. Blijf roeren. De pudding moet binden maar mag niet koken, dan schiften de eieren.
Knijp de gelatine uit en roer die samen met de likeur van de rozijnen en krenten door de warme pudding. Laat de pudding afkoelen maar nog niet echt stijf worden – hij moet precies koel genoeg zijn om de stijfgeklopte slagroom erdoorheen te kunnen roeren.
Vet de puddingvorm in met olie en giet er een laagje pudding in. Daarop een laagje vruchten, lange vingers en amandelen, dan weer pudding enzovoort. Laat ’m verder opstijven in de koelkast, en zie maar dat-ie zonder brokken weer uit de vorm komt.
