Het jodelen komt vanzelf
Het gaat zo: wie één keer z’n stukje brood in de fondue laat vallen krijgt vijf stokslagen, wie het nog een keer doet: twintig zweepslagen en de derde keer wordt hij in het meer geworpen met een gewicht aan z’n voeten. Zo staat het tenminste in Asterix en de Helvetiërs, maar het is waar dat het Romeinen zijn die het zo doen, buitenlanders dus, geen originele Helvetiërs.
Die zie je op een berghelling met een grote ketel fondue in de weer, ze zingen, ze drinken en daarna beklimmen ze een berg en liggen ze languit in de sneeuw. Dat kunnen wij ook! Op die berg na dan. De rest is nu heel doenlijk. En meer dan dat: als je een keteltje kaasfondue op hebt, en je bent de kirsch of wat je maar had aan eau-de-vie-achtige drank niet vergeten en je hebt er een glaasje wijn bij gedronken, dan gloei je zo allemachtig dat je zelfs bij krakende vorst zoals die nu heerst dolgraag de sneeuw in wilt rennen en er languit in wilt liggen op Helvetiaanse wijze en jodelen kun je dan ook ineens vanzelf.
Ik weet wel dat kaasfondue niet meer van deze tijd is. Het is jaren zeventig, zware gezelligheid met druipkaarsen en aardewerken caquelons. Vandaag de dag vinden we kaas te vet, we mogen het al zowat niet eens meer op onze boterham eten, laat staan dat we pannen vol fondue gaan wegwerken.
Maar iedereen weet dat je als het koud is, goed moet eten. Vooral als je je buiten gaat inspannen, met schaatsen of lange wandelingen of wat je maar doet aan buitenbeweging. En wie wil geen buitenbeweging in de winterkou?
Allerlei mensen niet. Nu ja, die moeten dan dus de sneeuw in na de kaasfondue want je moet iets doen om het vet te compenseren. Maar als het nu niet mag, mag het nooit meer. En het is leuk werk hoor, kaasfonduen, zelfs zonder dat je er stokslagen bij uitdeelt, wat voor de Romeinen de grootste attractie was blijkbaar. Er is één jongeman die voortdurend kirrend z’n brood in de fondue laat vallen ,,Oh ik ben wéér m’n stukje brood kwijt!” en de rest, geheel verpakt in kaasdraden juicht dan: ,,De zweep! De zweep!”
Ja, rare lui die Romeinen.
Kaasfondue kan van bijna elke kaassoort gemaakt worden, maar een deel Gruyère of Comté erin is lekker vanwege de speciale nootachtige smaak.
Ik heb kaasfondue wel eens ongebonden gekregen, in Frankrijk, dan had je een plas wijn en een kaasbal. Geen verbetering vond ik, al leek het enorm authentiek. De maïzena zorgt voor een gelijkmatige saus en voorkomt ook dat de kaas rubberig wordt. We willen hem zacht en draderig en dan vanuit onze draden roepen: ,,In de sneeuw! In de sneeuw!”
Helvetiaanse kaasfondue (voor 4 personen)
- 250 g pittige boerenkaas, geraspt
- 250 g Gruyère, geraspt
- 4 dl droge witte wijn
- nootmuskaat
- 2 el kirsch
- 1 tl maïzena
- oud brood, in stukjes
Maak de maïzena aan met 2 el water of witte wijn. Wrijf de binnenkant van een aardewerken schaal of emaillen pan in met het snijvlak van een doorgesneden teentje knoflook. Giet de wijn erin en laat aan de kook komen. Voeg de kaas, peper en (vers geraspte) nootmuskaat toe. Blijf roeren tot de kaas gesmolten is en een bal begint te vormen, voeg dan al roerend de maïzena toe. Doe de kirsch erbij en laat die even verdampen, de fondue moet niet vooral naar alcohol smaken.
Zet de pan of de caquelon op een zachtjes brandende spiritusbrander op tafel en doop er stukjes brood in. Een salade erbij is welhaast onontbeerlijk, anders word je zelf een stukje gesmolten kaas.
