Mandarijnen bij de haas?
Terwijl Annie barstensvol inspiratie zit te tikken, verschijnt Dick van Duyn op de drempel met in zijn hand een enorme dode haas, ongevild nog. Annie geeft een gilletje van schrik en Dick bestelt ‘lapin’. „Dat is konijn,” zegt Annie, „haas is lièvre.” Het zal Van Duyn worst wezen als zij ‘m maar klaar maakt, liefst zoals zijn moeder dat deed, met iets dat ik meteen weer vergeten ben omdat het uitgewist werd door het volgende woord dat hij uitsprak: „en mandarijntjes”.
Haas met mandarijntjes? Het was een scène in de nieuwe serie Annie M.G., gisteravond op de televisie, waar ik even aan bleef hangen. Trouwens ook aan wat erop volgde: Annie in de keuken die voortdurend hardop aan het rijmen en dichten is, en geregeld even moet gaan zitten om nieuwe vondsten en invallen op te schrijven – eigenlijk heeft ze helemaal geen tijd om te koken.
Ik moet zeggen dat me dat een beetje ergerde, dat beeld van iemand die zó wordt overspoeld door inspiratie dat het haar onmogelijk is om even de aandacht bij de haas te houden. En jawel hoor, van de hele haas blijft niets over dan verkoold spul al horen we Van Duyn verklaren dat haar haas nog lekkerder is dan die van zijn moeder. Ironie.
Je mag best tussendoor even wat anders doen, en als ze net bezig was met een goed vers (,,Wel, Pepijn zegt deftig: Ober/ één diner, maar niet zo sober!”) dan begrijpen we dat wel, maar we willen niet weer eens zien dat er weinig zo zinloos tijdrovend is als koken. Dan krijgen ze met ons thuiskoks te doen. Laatste waarschuwing!
Toch blijf ik denken over die haas met mandarijntjes. Je (= men) doet eigenlijk weinig met mandarijntjes in de keuken. Net of die zich nergens anders voor lenen dan gewoon opeten. Wat heerlijk is natuurlijk, maar er moet meer mogelijk zijn.
In Jane Grigson’s Fruitbook vond ik een recept voor clementines geconserveerd in Armagnac die, volgens Grigson, aan het eind van een bijzondere maaltijd ‘nadenkelijk’ moeten worden opgegeten. Dat leek me wel wat. Dan braad je gewoon eerst die haas en daarná eet je die mandarijntjes. Tenzij we ooit het recept van de moeder van Dick van Duyn kunnen achterhalen.
Dit is een conserve, dus wie het maakt moet niet verwachten dezelfde avond nog te kunnen eten. Maak ze nu, eet ze op z’n vroegst half januari. De mandarijntjes gaan in weckpotten die tegen dat het zover is op tafel kunnen worden gezet, dat staat wel leuk.
Clementines in Armagnac
- 1 kilo kleine clementines
- 600 g suiker
- 1 vanillestokje
- Armagnac
- 2 weckpotten met een inhoud van 1 liter
Prik de clementines een aantal keer in met een stopnaald. Breng 1,1 liter water met de suiker en het vanillestokje al roerend aan de kook in een grote pan en laat als de suiker is opgelost nog 4 minuten koken.
Zet de pan op een plaatje en doe de mandarijntjes in de siroop, laat ze zachtjes pruttelen, een uur lang. Kijk welke mandarijnen al zacht zijn, haal die eruit en kook eventueel weerbarstiger types nog een poosje, na anderhalf uur moeten ze wel allemaal heel zacht zijn.
Doe de mandarijnen in de glazen weckpotten en vul die voor driekwart op met armagnac. Kook de siroop in om de smaak te concentreren en vul de potten daarmee op. Breek het vanillestokje en stop dat tussen het fruit dat helemaal onder de vloeistof moet staan.
Bewaar de potten tenminste veertien dagen op een koele donkere plaats.
