Ongrijpbaarheid van smaak
Wat is smaak eigenlijk, begin je je af te vragen als je een poosje naar de activiteiten van ‘de week van de smaak’ kijkt. Smaak is iets dat niet zo makkelijk te grijpen is. Je kunt praten over producten en producenten, over ‘eerlijk’ eten of biologische productiewijze, over vers en over seizoenen. Over smaak zegt dat op zichzelf allemaal nog niets. Natuurlijk zijn er wel manieren gevonden om over smaak te praten, over bitter en zoet en mondgevoel, over knapperig en smeltend en filmend of fris en prikkelend. Maar organiseer maar eens een activiteit rond ‘prikkelend en fris’. Zo gaat het niet.
Bij eten komt altijd zoveel meer kijken dan alleen maar ‘lekker’. Het is belangrijk hoe grondstoffen worden geproduceerd, niet alleen voor de smaak maar ook voor het milieu en ook voor de wereldeconomie. Als je er een poosje over nadenkt, houd je je binnen de kortste keren helemaal niet meer bezig met de verrukkingen van een bitterbal (en dat zijn echt verrukkingen), maar met internationale landbouwpolitiek en handelsverdragen, met armoede in de derde wereld, klimaatverandering en dierenleed.
Soms vraag je je af hoe je er überhaupt nog in slaagt een hapje te nemen of fluitend achter het aanrecht te staan.
Dat komt dan weer door de smaak. Doordat het zo heerlijk is om je vinger in een pan afkoelende ragout te steken – paddestoelenragout was ‘t, van bovisten die ik gevonden had in het weiland. Ook een goede activiteit voor de week van de smaak: reuzenbovisten zoeken. Je ziet ze al van ver, glanzend witte bollen in het gras. Ze zijn met niets te verwarren want ze lijken alleen op zichzelf, het enige waar je op hoeft te letten is dat ze stevig zijn en sneeuwwit als je ze doorsnijdt. Dan ruik je die heerlijke geur, dat delicate van paddestoel, dat lijkt toch op niets anders. En ze zijn zo licht om te eten.
Maar goed, de week van de smaak dus. Amsterdam hoofdstad van de smaak heeft ook een wedstrijd georganiseerd die heet ‘Wie is de beste Balkankok?’ Turkije wordt in deze opvatting ook gewoon tot de Balkan gerekend en dat is wel verstandig, anders is het niet zo’n heel opwindende opgave.
De vraag is: „Kan jij de lekkerste en knapperigste börek maken? Of van die sappige, goed gekruide gehaktworstjes? Of ben jij de ultieme zoetekauw die tongstrelende baklava kan maken?” Maar als je mee wilt doen ga je niets maken, maar een recept insturen. Ook weer een interessante kwestie. Is het smakelijke van een gerecht gelegen in het recept of in de uitvoerder? Juist bij heel simpele gerechten komt het vaak aan op de uitvoerder, én, daar komt de week van de smaak weer om de hoek kijken, op de grondstoffen die gebruikt zijn. Een tomatenpilaf wordt veel smakelijker met goede tomaten en de kip die je erbij eet, kan beter goede kip zijn.
Maar met deze soep kan niemand iets verkeerd doen geloof ik. En hij is ook heerlijk als je verder niets Balkan-achtigs bedoelt.
Yoghurt Preisoep
- 1 ui, fijngesneden
- 4 preien, alleen het wit in dunne ringetjes
- 1 teentje knoflook
- ½ tl gedroogde rode peper
- 5 dl yoghurt vermengd met 1 el bloem of maizena
- ½ tl kurkuma
- 2 el olijfolie
Verwarm de olijfolie in een soeppan en bak de ui op niet te hoog vuur tot hij zacht wordt. Prei erbij met pepervlokken en zout, nog even bakken dan 20 minuten stoven.
Doe het gas uit en roer de yoghurt door de prei. Voeg de kurkuma toe en zoveel water als je wilt (de soep moet romig zijn van consistentie) en laat al roerend warm worden.
