Zó moet je leven
Zat nog wat na te denken over hoe je je zo’n ideale huisvrouw voorstelt. Eigenlijk is het een manier van leven waaraan je denkt, of plaatjes van zo’n leven. De ideale huisvrouw haalt altijd net een taart uit de oven of heeft er een op een rooster staan als er gasten komen. In haar huis ruikt het geregeld naar bouillon of stoofvlees, want ze begint, georganiseerd als ze is, ’s ochtends al met de voorbereidingen voor ’s avonds, in plaats van om vijf uur ineens paniekerig te denken: o hemel wat moeten we nú weer eten en dan voor de hondertachtigste keer dat ene pastarecept uit te voeren.
Het heeft iets te maken met gezien worden denk ik. Want die ideale huisvrouw is vooral zo ideaal omdat anderen het zo ideaal bij haar vinden. Denk ik. Omdat de kinderen van hun moeders eten houden, omdat de man behaaglijk snuivend door het huis loopt en zegt: wat ruikt het hier heerlijk, omdat de mensen die koffie komen drinken omdat ze toevallig in de buurt waren aangenaam verrast zijn door die taart.
En dan ook nog alles op mooi servies, en er staan bloemen in de vazen en ze ziet er ook goed uit, die huisvrouw, geen sloof met deeg in haar haar, maar een ontspannen elegante verschijning die alles goed in de hand heeft. Mooie tuin ook.
Het is erg jaren vijftig vrees ik. Een meisjesboeken- en damesbladendroom die de laatste jaren ook door de kookboeken krachtig aangemoedigd is – de sfeerfoto’s vol gebloemde schorten, modderige bietjes en stralende kindertjes met schalen frambozen vliegen je om de oren. Zó moet je leven, zeggen die boeken en die foto’s. En jij maar proberen uit te vinden wanneer al die ideale tuiniersters precies wérken en waar ze de stapels oude kranten laten en wat ze doen als er helemaal geen vier kinderen of drie vrolijke gasten binnenstormen om die taart op te eten en je hem dag na dag ziet verpieteren.
Het echte leven is altijd anders.
Maar een ideaal kan geen kwaad. En van tijd tot tijd komen er wel gasten, níet onverwacht, en dan kun je lekker voor een avond de ideale huisvrouw spelen – weten zij veel van de rommel die naar buiten zou springen zodra die ene kastdeur opengaat of van je vieze schort of dat de tuin alleen maar wat lijkt om dat het gras net gemaaid is. Doen alsof is de helft van het werk.
En dan deze zeer lekkere Franse visschotel serveren.
Bourride van zeeduivel (voor 4 personen)
- 4 el olijfolie
- 1 wortel, geschrapt, in stukjes
- 2 preien, alleen het wit, gehakt
- ½ pond snijbiet of wilde spinazie
- 4 moten zeeduivel of andere stevige witte vis
Voor de aïoli:
- 1 teentje knoflook
- 1 tl scherpe mosterd
- 1 eierdooier
- zout
- 1 dl lichte arachide-olie
Maak eerst of ruim van tevoren de aïoli: pers de knoflook uit of stamp hem in een vijzel fijn met een snufje zout, doe er de mosterd en de eierdooier bij, klop goed door en voeg in een dun straaltje al kloppend de olijfolie toe totdat er een mayonaise is ontstaan.
Doe de olijfolie in een grote pan waar de moten vis naast elkaar in passen. Smoor de gehakte groenten met zout en peper 10 minuten in de olie, niet bruin laten worden. Bestrooi de vis met zout en peper en leg de moten in de pan, deksel erop.
Draai de moten na tien minuten om en laat ze nog tien minuten gaar worden.
Leg de vis op en warme schaal. Meng de groenten van het vuur af met de aïoli en bedek de vis daarmee. Snel opdienen, vis koelt altijd heel snel af.
