Soep met een vestje
De zomerjurken, ze kunnen nu echt niet meer. Als het een warme dag is, dan is het toch voornamelijk een paar uur in de middag warm, daarna koelt het snel af. Afgelopen donderdag werd gevierd dat Oek de Jongs roman Opwaaiende zomerjurken dertig jaar werd en natuurlijk waren er vrouwen in zomerjurken, maar allemaal met vestjes eroverheen.
Dat blije opwaaien van die jurken op de fiets op een mooie junidag, het vanzelfsprekende van de zomer, dat is er niet meer bij. „En die zomerjurken, nu eens klevend aan hun benen, dan weer opbollend als kleine parachutes. Alles was gewoon zoals het was. Maar hij hoorde bij alles en zweefde.”
Het beeld blijft, maar in het echt is het licht veranderd, de kleuren zijn veranderd en de stemming is ook totaal veranderd. Overgangstijden hebben altijd iets opwindends en tegelijkertijd iets geweldig melancholieks.
Het is geen zomer meer maar ook geen herfst nog. Het afscheid is nog niet genomen maar voltrekt zich, o langzaam hoor, met vriendelijke eerbewijzen aan wat was, bijna ongemerkt. Maar toch kunnen die zomerjurken niet meer en is het ook nog niet echt tijd voor truien en laarzen. Het is een tijd, september, om bij de dag te leven en per dag te zien wat die brengt en hoe je erop zult reageren.
Op de markt heerst nog overvloed. Er is nog geen reden tot paniekerig nootjes verstoppen. Maar welke kant je eens op zult denken? Nog niet aan de stamppot, nog niet aan de kweepeer, het wild kan nog even op zijn gemak door de bossen en weilanden struinen, we zijn nog in die vriendelijke, zachte vegetarische stemming die de dieren zo graag van ons zien.
Hoewel, vegetarisch… het mosselseizoen is al lang weer begonnen, want dat van die ‘r’ in de maand is achterhaald, maar ik betrapte me er laatst toch op dat ik aan die ‘r’ dacht en in één moeite door aan mosselen.
Deze Franse mosselsoep is zo aantrekkelijk omdat hij heel licht gebonden wordt door rijst die je vermaalt. Dat geeft iets vols en romigs zonder dat je er meteen liters room tegenaan gooit. Om een of andere reden is het een ideaal septembersoepje, elegant en toch stevig. Het culinaire equivalent van een zomerjurk met een vestje.
Franse mosselsoep met rijst (voor 4 à 6 personen)
- 1 zak mosselen
- knoflook, peterselie, sjalotjes
- 1 glas witte wijn
- 2 preien
- 2 à 3 ontvelde tomaten (afhankelijk van de grootte van de tomaat, er hoeft niet vreselijk veel tomaat in)
- 2 el rijst
- olijfolie
Kook de mosselen in een pan met wat fijn gehakte sjalot, knoflook, peterselie, een glas water en een glas witte wijn. Haal de mosselen als ze gaar zijn uit de pan en vervolgens uit hun schelpen (tuurlijk eerst even laten afkoelen) en zeef het kookvocht door een doek of een heel fijne zeef – het kan zanderig of gruizig zijn.
In een pan geschikt voor soep de olie verwarmen, en de gehakte knoflook, het fijngesneden wit van de twee preien en de in blokjes gesneden tomaten bakken op niet te hoog vuur – er moet niets bruin worden.
Vul het gezeefde mosselvocht met water aan tot 1 liter, giet het erbij en doe er als het kookt de twee lepels rijst in. Zachtjes gaar laten worden. De helft van de soep pureren in een keukenmachine of door de staafmixer niet al te lang in de soep te houden.
Doe de puree weer bij de soep, doe de mosselen in de soep (dat zijn er erg veel, je kunt ook een deel apart houden om de volgende dag iets mee te maken) en warm even door. Proef of alles zout genoeg is en bestrooi eventueel met versgemalen peper.
