Van die thuiskookdingen
Dat gewoon tomaten met basilicum in de olijfolie en daar water en brood bij zo verrukkelijk heerlijk is, beweerde ik vorige week. Italianen eten dat, pappa al pomodoro noemen ze het, en hoe stom het ook klinkt, hoe niksig, het is toch heerlijk. Maar sommige lezers schreven teleurgesteld dat ze er niets aan vonden. Ze hadden broodpap gekregen met hier en daar een tomaat en het smaakte blijkbaar niet echt opwindend.
Nu ja zeg. Hoe kan dat?
Het thuiskoklaboratorium in gereedheid gemaakt om die soep experimenteel en wetenschappelijk met garanties en nauwkeurige metingen opnieuw te maken. Maar bij het klaar zetten van de retorten en de mise en place van de ingrediënten gebeurden er van die typische thuiskookdingen.
Ten eerste trof ik in de ijskast een zak boontjes die ik vrijdag had gekocht. Van die mooie witte peulen met roze spikkeltjes, de groentekoopman noemde ze ‘bonte bonen’ en had beweerd dat je ze met peul en al moest eten maar dat is onzin: je moet ze doppen en dan heb je, oh zeldzaamheid, verse boontjes. Dat is toch echt iets anders dan gedroogde boontjes, al zijn flageolets ook dan niet te versmaden, zelfs uit blik niet, mits goed afgespoeld.
Hoe dan ook: die boontjes moesten op. Ook lag er op de fruitschaal een avocado die op het punt stond allerlei rare plekken te gaan ontwikkelen maar dat nog net niet deed. Die moest dus ook op.
Er was een stukje zeer lekker ontbijtspek waar je wat graag het mes in zou willen zetten. En onder uit de ijskast kwam nog een half zakje veldsla.
Dus alles wees op een lauwwarme salade.
Toch begon ik opgewekt knoflook en basilicum te bakken, en de tomaten gingen daar ook bij, met chilivlokken, een minisnufje suiker en wat peper en zout, maar – ja we staan nu echt in de keuken – ik zag al snel toen die boontjes aan het koken waren en de avocado in stukjes gesneden was en het spek zoetjes siste in de pan, dat het véél te veel zou worden om daar ook nog eens zo’n complete soep bij te maken. Dus het werd die salade, met daarnaast gebakken tomaat.
Toch een woordje voor degenen die die tomatenbroodsoep aan de saaie kant vonden: álles, maar dan ook álles hangt af van de kwaliteit van de tomaten. Ik had gisteren allerlei tomaten door elkaar, en ik kan zeggen dat de ene hap een genot was en de andere een matig genoegen. De tomaten móeten zoet en vol van smaak zijn, anders is het volstrekt zinloos om aan dit gerecht te beginnen.
Lauwwarme bonensalade
- Ruim 1 pond ongedopte flageolets (‘bonte bonen’) of een blikje flageolets (Bonduelle) goed afgespoeld
- 75 g spek in blokjes
- 1 el olie
- 1 rijpe avocado
- 2 handjes veldsla
- 1 el honing
- 1el grove mosterd
- 1 el rode wijnazijn
- 3 el olijfolie
Dop de boontjes en kook ze in twintig minuten gaar, doe er pas op het allerlaatst (veel) zout bij, anders worden de schilletjes hard. Giet ze af en spoel ze af. Doe ze in een schaal.
Ontpit en schil de avocado. Smeer het bleke vruchtvlees in met citroen en snijd de avocado pas vlak voor hij in de sla gaat in stukken.
Bak het spek in olie zachtjes uit – spek wordt veel knapperiger van rustig bakken dan van op hoog vuur schroeien.
Meng de ingrediënten voor de vinaigrette en giet de vinaigrette als het spek uitgebakken is, even in de spekpan. Roer goed en giet het geheel over de bonen. Avocado erbij, veldsla erbij, omhusselen.
