De paddestoelenradar
Er zijn allerlei radars die ons inlichten over de files op de wegen, de hoogte van de waterstanden, de nadering van buien (sommige mensen doen echt niets anders dan kijken wanneer het bij hen gaat regenen) en dan kom je vanzelf op de vraag: waarom is er geen paddestoelenradar? Zou toch kunnen? Gewoon melden welke paddestoelen nu in overvloed te vinden zijn? Maar, eerlijk is eerlijk, ik wil vooral weten welke eetbare paddestoelen te vinden zijn. En dan wil ik ze gaan plukken ook.
Daarover wordt moeilijk gedaan. Niet dat het in het algemeen verboden is om paddestoelen te plukken. Maar sommige gemeenten verbieden het, Staatsbosbeheer wil het niet hebben, de meeste beheerders van terreinen willen niet dat je iets meeneemt.
Is dat allemaal terecht? Het argument is vaak dat wij met te veel mensen en te weinig natuur zijn om paddestoelen te mogen plukken. Maar dat geldt voor bramen net zo goed natuurlijk, en net als bramen de vruchten zijn van de bramenstruik, zijn paddestoelen de vruchten van het ondergrondse mycelium dat je immers niet meeneemt. Een beetje plukker laat ook de grote slappe exemplaren staan zodat die hun sporen kunnen verspreiden.
De teruggang van de paddestoelenstand in ons land is aan heel andere factoren dan aan menselijke plukzucht te wijten: aan verzuring, vermesting, andere grondwaterstanden enzovoort. De grond is bijna overal veel rijker geworden dan paddestoelen leuk vinden. Boleten tref je nog maar zelden diep in het bos, maar wel in veel schralere wegbermen, waar jongens van de gemeente de plukker woedend terechtwijzen als die zich bukt, om even later met hun maaimachines de hele berm inclusief paddestoelen plat te maaien.
Dat laatste verhaal hoorde ik van Ria Loohuizen, mijn paddestoelenleermeesteres, van wie net het boek Bos op je bord verscheen, waarin ze al deze dingen en veel meer opschreef.
Dankzij haar weet ik de belangrijkste eetbare soorten heel goed te onderscheiden en als je eenmaal de smaak van het zoeken en vinden, het schoonmaken (o, zo’n tafel vol paddestoelen met daar ergens tussenin een borreltje) en vervolgens bereiden van paddestoelen te pakken hebt, is het niet makkelijk om in dit jaargetijde thuis te blijven. We hebben nu net flink wat regen gehad, nu wordt het weer wat warmer – mijn interne paddestoelenradar zegt dat er de komende dagen wel eens heel ideale zwam-omstandigheden konden zijn.
Gelukkig zijn de meeste mensen als de dood voor wilde paddestoelen, dat moet echt zo blijven. Blijft u vooral thuis! Dan kunt u natuurlijk wel heel leuk dat paddestoelenboek lezen en dan daaruit dit recept klaarmaken. Met Oost-Indische kers uit de tuin en vlierbessen, die hangen overal aan de vlierbomen.
Penne met Oost-Indische kers en cantharellen (voor 4 personen)
- 500 g cantharellen
- 2 el olijfolie
- 1 teen knoflook, gehakt
- ½ glas witte wijn
- handje blad van de O-I kers
- 2 el vlierbessen
- 300 g penne
Kook de penne volgens de aanwijzingen op het pak.
Bak intussen de cantharellen met de knoflook een paar minuten in de olie in een grote pan. Giet de wijn erbij en doe de vlierbessen erbij. Laat een beetje inkoken. Scheur de blaadjes van de Oost-Indische kers en doe die bij de paddestoelen, net als de pasta. Warm even door, breng op smaak met zout en peper en garneer eventueel met Oost-Indische kersbloemen.
