Biologische bloesems
Het was een opmerkelijke foto gisteren in De Volkskrant: biologisch wieden op stadsboerderij Almere. Je zag allemaal mensen languit liggen op een soort hekwerk dat door een trekker langzaam over het land werd gereden. De wieders, die op hun buik lagen, konden zo het onkruid uit de voren trekken, ongetwijfeld sneller en comfortabeler dan gebukt lopend of met de schoffel.
Maar toch heel arbeidsintensief, want er lagen zeker wel zeven mensen op dat wiedhek. Eén blik op die foto en je begrijpt waarom biologische spullen duurder zijn – gif gaat een stuk vlugger.
Ik las ook ergens over een glastuinder die pekingeenden in zijn kas laat lopen die het onkruid tussen de paprika’s en de tomaten weghalen. Ongelooflijk dat die pekingeenden dat zo precies weten. Ik vind het zelf nog wel eens moeilijk om te onderscheiden tussen wat je gezaaid hebt en wat zomaar opkomt.
Ja, dan moet je in nette rechte lijnen zaaien, dan weet je gewoon dat wat niet op de rijen opkomt onkruid is.
Dat snap ik wel hoor. En met groenten is dat ook niet zo’n probleem, maar je wilt liever geen bloemen op nette rechte rijen en dan kan het toch gebeuren dat er na een poosje in plaats van dat gevarieerde wilde bloemenmengsel een boterbloemenveldje in een hoekje van de tuin staat. En boterbloemen zijn wel leuk, maar ze woekeren verschrikkelijk – ze werpen als het ware ankers uit naar volgende plekjes en bezetten die dan. En zo’n volgend plekje kan ook best vrijwel ín een vaste plant zijn. En krijg die boterbloem daar dan maar weer uit.
Over bloemen gesproken: ik probeerde er ook eens een paar te eten. Bloemen op je bord is zo in. En ik las ergens dat bijvoorbeeld daglelies zo heerlijk zijn. Dus hup, een blaadje van de daglelie afgerukt en opgegeten.
Maar hoe ik ook proefde, ik proefde niets. Een beetje knapperig zijn ze, dat wel en dat kan ook leuk zijn over sla. Maar om er nu heel opgewonden over te gaan doen?
Idem dito hetzelfde met de viooltjes. Misschien heb ik de verkeerde viooltjes. Ze zijn mooi blauw en ze blijven maar bloeien, maar dat ik trek kreeg in meer – nee.
Vlierbloesem is wel geweldig, voor limonade. En trouwens: ook lekker gefrituurd. En dat geldt ook voor rozen – heb wel een gefrituurde roos met poedersuiker gegeten – heerlijk! Maar dan moet je natuurlijk wel een onbespoten, geurige roos hebben, een biologische roos als het ware, niet zo’n gifbloem. Bij rozen en vlieren heb je niets te wieden, ook een voordeel.
Maak snel nog even wat vlierbloesemchampagne nu het nog kan – je moet mooie witte bloemschermen hebben, dus kijk uit naar vlieren die wat laat in bloei zijn geraakt, de andere zijn al te ver.
Vlierbloesemchampagne
- 8 vlierbloesemschermen
- 600 gr suiker
- 1 citroen
- 2 el witte wijnazijn
- 4 l water
Doe de bloemschermen met de uitgeknepen citroenhelften in een grote pan. Kook een deel van het water, los de suiker daarin op, laat afkoelen. Meng het suikerwater met de rest van het water, het citroensapgietsel en de azijn en giet bij de bloesems.
Laat twee tot vier dagen koel staan, deksel op de pan. Giet de vloeistof door een zeef in gesteriliseerde beugelflessen of flessen met schroefdop. Na een dag of tien moet het gefermenteerd zijn. Soms gaat het hard met dat fermenteren en ontploft er een fles. Zet ze dus ergens veilig neer of, tip van een vriendin: wikkel ze in een theedoek.
