Humeurverbeterend eten
Het is al een poosje een woord, al blijft het een beetje een raar woord: ‘troosteten’. Het is de vertaling van het Engelse ‘comfort food’, maar daar klinkt toch meer dan bij ‘troost’ ook iets van gemak en prettigheid in door. Troosteten is meestal iets pappigs, soepigs, slurperigs of gesmoltenkazerigs. Het is niet veel werk en het is iets dat ook, of misschien, juist, heel goed dienst doet als je alleen bent. Om een of andere reden associeer ik het ook met vet en romig, maar dat kan een persoonlijk iets zijn.
Misschien zou troosteten eigenlijk humeurverbeterend eten moeten heten. Of klinkt dat alsof je normaal gesproken flink chagrijnig bent? Opwekkend eten, misschien is dat het woord.
Hoe dan ook, gisteren stond ik te koken, voor mezelf alleen, en ik bedacht maar weer eens hoe troostrijk / humeurverbeterend / opwekkend het eenvoudige feit van het koken zélf is.
Als je alleen bent, ben je gemakkelijk geneigd tot heel eenvoudige dingen. Dingen als: soep voor een week en die dan elke dag eten net zo lang tot je werkelijk snákt naar troost. Of zelfgemaakte hamburger, mmm, heerlijk, met een lekker broodje en gebakken tomaat en als je een héél goed humeur wilt krijgen ook gesmolten kaas, en veel sla tussen het broodje én tomatenketchup en dat dan opeten terwijl overal uit het broodje vet en rode saus en gesmolten kaas en jus druipt en dat kan je lekker niets schelen want er is niemand die het ziet.
Maar gisteren deed ik dat dus niet, ik kookte gewoon echt, want ik had toevallig een compleet Kemper landhoen in de ijskast liggen en zo’n beest kan daar niet eeuwig blijven. Gebraden kip is veel bewaarbaarder. Dus liet ik June Christie allemaal sfeerverhogende dingen uit de cd-speler zingen terwijl ik die kip in stukken hakte en de onderdelen in de ovenschaal rangschikte en bedacht dat ik de borst gewoon ietsje later zou bijvoegen. Besloot tot citroenvincotto op de kipstukken, bij wijze van experiment, en schoof ze neuriënd de gloeiende oven in. „Every time we say goodbye, I cry a little”, zong June.
Dopte tuinboontjes, altijd mooi werk, de kleine lichtgroene boontjes uit hun donzige juweliershoesjes halen, en toen dacht ik dat dus, hoe opwekkend het is om te koken. Het feit dat je bezig bent. Dat je geconcentreerd bent. Dat het lekker gaat ruiken en dat het gezellig is, ook alleen, om een werkje te hebben dat ergens toe leidt. „Nothing but blue skies, from now on.”
Citroenvincotto heeft natuurlijk niet iedereen in huis, balsamico kan denkelijk ook, of citroenolijfolie ipv gewone. Vincotto hebben ze bij van die speciale olie-zaken, het is ook te bestellen via internet, bijv. via www.lebreton.nl.
Gebraden kip met citroenvincotto
- 1 gelukkige kip, in stukken
3 takjes rozemarijn
1 citroen
2 el. citroenvincotto (of balsamicoazijn)
2 el. olijfolie
2 theelepels citroenpeper
Verwarm de oven voor op 220 graden. Hak de kip in stukken (bouten en drumsticks scheiden, vleugels eraf, rug in tweeën, borst doormidden). Leg de stukken, behalve de borst, met de in stukken gesneden citroen en de rozemarijn in een braadslee, besprenkel ze met peper en zout, citroenpeper, wat citroenvincotto en olijfolie. Zet een kwartier in de oven. Doe dan de borst, op de zelfde manier gekruid, erbij en laat nog een kwartier braden, draai de oven naar 180 graden en laat nog een kwartier staan.
Vergeet niet brood in de lekkere jus te dopen. En een beetje te zingen bij dit alles: „Do, do that voodoo, that you do so well”
