Een mes, geef mij een mes!
En zo’n slijpsteen moet je eerst nat maken, zei de man tegenover me aan tafel, en daarvoor moet je hem een paar uur in water leggen en dan… Hij was aan het uitleggen wat sommige messen zo ontzaglijk veel beter maakte dan andere messen. Dat Japanse messen van een totaal ander staal gemaakt waren of van andere lagen of van meer lagen – het was een lawaaiig diner en ik kon het niet precies verstaan maar ik dacht aan Wouter Klootwijk die laatst ook iets schreef over messen en een slijpsteen.
En wat voor mes hebben we het eigenlijk over? Zonder een batterij van die dingen schijn je niet te kunnen. Je uitbeenmes (heerlijk! uitbenen), je groentemes, je broodmes, je koksmes, je fileermes je handige ‘officemesje’ voor eigenlijk alles waar je die andere messen niet voor gebruikt, en misschien, nu je toch bezig bent, ook een apart vleestrancheermes en een vismes? Van de messenfabrikanten hoef je je niet te beperken – voor elk mogelijk klusje bestaat een mes.
Dan heb je die messen en dan moet je ze bewaren – niet in een blok zeggen de hygiëne-mensen, want in die gleuven, wat dáár in gaat zitten. Verschrikkelijk. Kweekplaatsen voor bacteriën. Een magneetstrip moet het zijn. Maar de man aan de overkant sprak over staalsoorten die je de verkeerde kant op kon magnetiseren en dan werd je mes bot. Ze moeten met speciale hoesjes aan in de la.
De vrouw naast me zuchtte ongeduldig. Ik koop wel gewoon een wat minder spectaculair mes, zei ze, en dan hoef ik dat ook niet steeds zo ingewikkeld te slijpen en als het op is, gooi ik het weg en dan koop ik een nieuw.
De man vond het een houding van niets. Goed voor je gereedschap zorgen, daar geloofde hij wel in.
Ik ook wel. In theorie. In de praktijk zie ik me nog niet zo met die slijpsteen in de weer. De man reikte me een kaartje aan. „Als men zich eens dol wil turen op (keuken)gereedschap” had hij erop geschreven en een webadres: www.dick.de. „Alleen om te kijken,” zei hij.
Gedaan. Nu heb ik een messenwens. Een echt Friedrich Dick-mes! De man aan de overkant van de tafel had met zo’n mes sigarettenvloeitjes gekliefd. In de lucht.
Dus.
Salade met asperges en geelvintonijn
- 400 gr tonijn (geelvin)
- 1 tl sumac (Marokkaanse winkels)
- ¼ zoute citroen (idem)
- olijfolie
- 2 el verjus of citroensap
- 1 teentje knoflook
- 2 lente-uitjes, gehakt
- 1 rode peper
- 1 pond asperges
- 1 ons gedopte erwtjes
- 1 ons gemengde sla
- 12 kerstomaatjes
- basilicum, koriander, peterselie, gehakt
- 2 el geroosterde pijnboompitten
Wrijf de tonijn in met sumac, zeezout, zwarte peper en wat olijfolie. Bak ’m kort in een heel hete gril- of koekenpan. Alleen de buitenkant moet verkleuren. Laat even liggen en snijd de tonijn dan in dunne plakjes (5 mm).
Snijd de schil van een zoute citroen fijn en meng met 5 el olijfolie, de verjus of citroensap, knoflook en uitjes en de rode peper. Laat tenminste tien minuten staan.
Schil de asperges en kook ze 1 minuut in zout water, doe er de erwtjes bij, kook nog een halve minuut, giet af en spoel koud na. Snij de asperges in drieën, halveer de tomaatjes en meng alle groenten en kruiden. Sprenkel de dressing erover en hussel goed. Leg de tonijn bovenop en strooi er de pijnboompitten over.
