Visch, meiden en haring
,,Visch is een pracht voedsel!” staat aanmoedigend geschreven op het voor-oorlogse Calvé-Delft’s Vischboekje met recepten en plaatjes dat een vriend voor me opdook in een antikwariaat. Visch is zo prachtig omdat het lichtverteerbaar is, zegt het boekje ,, ’t weefsel is los, waardoor verteringssappen er geheel in kunnen doordringen” en het bevat net zoveel eiwit als vleesch.
Geen woord natuurlijk over die geweldige gezonde vetten van de vis, over omega-3 en visolie en cholesterol. Maar ook niets over dioxine in vette vis. Visch hoefde eigenlijk alleen maar door de meid (die was er blijkbaar nog) smakelijk klaargemaakt te worden. Met Delftsche slaolie (,,voor visch het allerfijnste wat er is”).
Heerlijke tijden. Als je een meid had, en er niet een was tenminste. Het lijkt soms heel prettig, een keukenmeid die je kon vragen om ‘risool-aardappelen’ te maken of ‘visch-beignets’. Ik denk vooral aan zulke dingen omdat je daarbij moet frituren en dat is wel lekker maar de hele keuken en vooral de kokkin stinkt daarna een uur in de wind.
En bij diners zou het ook makkelijk zijn zeg – wij richten nu vaak eetpartijen aan met tijdrovende gerechten en elegant gedekte tafels alsof we personeel hebben, maar we moeten het wel allemaal zelf doen, het inkopen, voorbereiden, dekken, serveren, op het laatste moment dingen afmaken, afruimen, afwassen. Soms vraag je je af wat je jezelf aandoet alleen maar om het plezier van lieve gezichten aan je tafel.
Nu ja, ‘alleen maar’. ’t Is wel een vreugde.
Toch moet je je er in de zomer meer toe zetten vind ik. Dan klaart het ’s middags na een buiige ochtend ineens geweldig op, en dan ren je dus naar buiten maar dan moet je al snel toch weer nar binnen, want er moeten taarten gebakken, vissen gefileerd, allerlei dingen gehakt, gemarineerd, gekneed en klaargezet voor als er straks mensen komen.
Maar ik had het eigenlijk over visch. En dat kwam omdat ik zat te denken over wat je met haring kan doen, behalve gewoon aan de stal opeten. Eigenlijk denk ik aan weinig anders dan haring opeten.
Je kunt ze natuurlijk náást iets leggen, de haringen, naast courgette- of aardappelpannekoekjes bijvoorbeeld, bij wijze van voorafje. Dat is wel leuk, de tegenstelling tussen iets warms en gebakkens en de koele haring. Of je kunt ze tot haringsla maken, met appel,mayonaise, zure room, lente-ui en dille. Ik heb haring ook wel eens gekregen met koriander bestrooid – ook leuk hoor.
Nu vooruit. Aardappelpannekoekjes dan. Met wat dille erdoor. En ijskoude wodka erbij en véél haring. Razendsnel klaar ook.
Aardappelpannekoekjes (voor 4 personen)
- 1 pond aardappelen
- 2 el zelfrijzend bakmeel
- 1 flinke ui
- zout en peper
- olie om te bakken
- fijngehakte dille
- 4 of 8 haringen
Schil en rasp of hak de ui. Doe in een kom. Schil en rasp de aardappel, doe bij de ui, roer door, voeg het meel toe door een zeef, een flinke snuif zout (aardappelen zijn erg flauw), peper naar behoefte, dille, en hussel alles goed.
Verhit de (Delftsche) olie in de koekenpan en leg er drie of vier flinke lepels van het aardappelmengsel in. Druk de bergjes plat tot drie of vier afzonderlijke pannenkoekjes. Bak niet ál te hard, de buitenkant moet goudbruin worden en de binnenkant ietsje gaar zijn – niet héél gaar, dat smaakt saaier.
Leg de nieuwe haring er in volle romige lengte naast, zonder staartgraatje, bestrooid met wat dille.
