Vergeten mislukking
Soms vraag je je af wat dat geleef van je voorstelt. Al die dingen die je doet, ondergaat, beleeft – en vergeet. Van allerlei boeken in de kast weet je desgevraagd best te zeggen: ja dat is heel goed/mooi/interessant. Maar vraagt iemand je naar nadere bijzonderheden, dan weet je je misschien een scène te herinneren of een gedachte die al op de eerste bladzijde staat. En soms zelfs dat niet. Dan vind je ergens een aantekening over een boek dat je dacht nooit gelezen te hebben. Spoorloos uit je hoofd verdwenen. Terwijl je er uren mee zoet bent geweest.
Zo kunnen ook hele mensen oplossen. Die vrouw met wie je op dat feestje wel twee uur gepraat hebt, het aardige Britse echtpaar in de vakantie – als iemand eraan refereert levert dat geen enkele herinnering op.
En met eten gaat het ook zo. Voor in het kookboek vind je een briefje waarop gerechten genoteerd staan, soms zelfs een briefje met waarderingsnoteringen: +++. Dat moet behoorlijk lekker geweest zijn! Maar geen smaaksensatie steekt de kop op. Stilte.
Voor niets gegeten. Of moet je er zo niet over denken? Is elke sensatie, hoe razendsnel vergeten ook, toch onderdeel van je leven. Het niet-herinnerde was er ook. Maar het is er niet meer.
Enfin, voor we ons daar helemaal instorten, wil ik maar zeggen dat het gebeuren kan dat je een recept gemaakt hebt maar je totaal niet herinnert hoe het resultaat precies was. En als je het terugt vindt, denk je: oh ja, die yoghurtcake, die heb ik gemaakt! En net als de eerste keer bevalt het woord ‘yoghurtcake’ je ontzettend goed. En dus denk je: dat recept geef ik even door. In de krant.
Dat deed ik een poosje geleden.
Dat moet je nooit doen.
Ja ik ben al bezig as op mijn hoofd uit te strooien en in het stof te buigen, want dat recept, daar deugde echt niets van. Lezers die het ongeluk hadden om die cake te maken berichtten over ‘rubber’ en ‘oneetbaar’ en ‘een teleurstelling’. Sommige mensen hadden snel toen het bezoek al op de stoep stond naar de bakker moeten rennen om iets te halen dat wél serveerbaar was.
Verschrikkelijk. Maar nu is het recept verbeterd. Vroeg mijn taartenbakkende broer waar het ‘m in zat en die zei meteen dat er wel erg weinig vet in het beslag ging. En dat er ook wel weinig bakpoeder in zat. En dat je, als je de eieren met de suiker en de yoghurt geklopt hebt, vooral níet nog eens flink moet kloppen als je de bloem erdoor doet, dan wordt het taai.
De yoghurtcake die ik eerst maakte was met een siroop. Die siroop was lekker. Deze is zonder, maar wie de helft van de suiker weglaat kan er heel goed citroensiroop (3 ons suiker, 2 dl water, sap en schil van 1 citroen) overheen gieten – een cake met siroop is nu eenmaal heel lekker. Gebruik wel Griekse yoghurt met tien procent vet – niet met iets magers gaan werken! En wijnsteenbakpoeder, zo verzekert mijn taartenbakkende broer, smaakt minder opvallend dan gewoon bakpoeder. Dat proef je terug in een cake zegt hij.
Dus:
Yoghurtcake 2
- 3 eieren, gesplitst
- 200 gr gele basterdsuiker
- 1 tl vanillesuiker
- 250 gr vette Griekse yoghurt
- 1 dl olijfolie
- 2 tl wijnsteenbakpoeder (natuurwinkels)
- 250 gr bloem
- 100 gr hazelnoten
klop de eidooiers met de basterd- en de vanillesuiker, voeg de yoghurt en de olie toe, meng goed, roer er daarna snel de bloem en het bakpoeder door, en de hazelnoten. Sla de eiwitten stijf en spatel ze door het beslag. Bak 50 minuten op 180 graden.
Wie de siroop heeft gemaakt, prikt nu gaatjes in de cake en giet de siroop eroverheen.
