Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

We gaan niet naar buiten

Het is al jaren zo dat allerlei dieren naar de stad trekken. De fuut zag in de vroege jaren tachtig dat zijn eigen kapseltje niets onderdeed voor de stadse punkpieken en zwemt nu al jaren door de stadsgrachten waar hij, voor Piet Hein Eek zulke dingen hip maakte, van sloopafval en vuilnis heel originele nesten bouwde.

Reigers trekken op het platteland een geërgerde kop: al dat werk dat ze moeten doen terwijl het eten in de straten voor ze klaar ligt! Vossen, marters, ijsvogels, uilen – allemaal zijn ze stadsmussen geworden (hè wat een flauw grapje).

Het platteland loopt leeg. Ook de boeren tref je steeds meer in de stad, als kooplui op een van de vele boerenmarkten – geweldige instellingen die je op het platteland vergeefs zoekt.

Afgelopen weekend konden de stadsbewoners juist naar buiten om biologische boeren op te zoeken op hun boerderijen en daar bij boerderijwinkels groenten en jam te kopen, of te zien hoe vleeskoeien leven of hoe beeldig de geiten zijn van een kaasmaker.

Het is leuk hoor, boerderijen bezoeken. De boeren doen er tijdens zo’n weekend ook alles aan om het feestelijk te maken, met muziek soms, met gezellig theedrinken op een hooibaal, met rondleidingen over het erf en door de stallen. Maar als je nu eerlijk bent, is zo’n boerenmarkt wel zo gemakkelijk. En wel zo rijk gesorteerd. En dus ben je als plattelandsbewoner ook eerder geneigd om naar de markt in de stad te gaan en daar de waren te kopen die buiten ergens om je heen geproduceerd worden, dan als stadsbewoner om voor de yoghurt naar boerderij A te gaan en voor de prei naar boerderij B.

Een rare paradox. Het landleven is vreselijk hip, maar het bestaat bijna niet meer. Of misschien is ‘maar’ hier helemaal niet op zijn plaats, moet je zeggen: want het bestaat niet meer. De geluiden die de website van Biologica maakt als je hem opstart, hevig fluitende vogels, kraaiende hanen, loeiende koeien, kun je heus wel vinden buiten, maar ze suggereren toch een leven dat er eigenlijk niet meer is.

Want op de meeste boerderijen staan de koeien binnen, klinkt gedurig het geronk van afzuiginstallaties en trekkers, en een haan op het erf is meer iets voor burgers dan voor een kippenboer.

We kopen graag illusies, en aan de rijkgesorteerde groentenstallen op de boerenmarkten zijn die, voor een flink bedrag, volop te krijgen. Ik zag sperziebonen liggen voor euro7,95 het kilo. Het is ook vroeg voor sperziebonen, maar mijn hemel. Ik wacht wel even. Eigenlijk is het nog een beetje vroeg voor bijna alles – boeren met veel groenten klagen ook wel dat het boerderijweekend zo vroeg in het seizoen valt.

Maar sla is er al volop. En weinig geeft zo’n voorjaarszomergevoel als een lekkere sla, aangemaakt met deze dressing die wel bijna de lekkerste dressing ter wereld is. En je eet er gewoon ovenaardappeltjes bij, die je een beetje mediterraan hebt gemaakt door er behalve olie ook flink veel citroen over uit te knijpen voor ze de oven in gaan.

Kappertjesdressing

  • 1 el afgespoelde en uitgelekte kappertjes
  • 2 el peterselie, grofgehakt
  • 1 el witte wijnazijn
  • 1 teentje gehakte knoflook
  • 1,5 dl olijfolie
  • 50 parmezaanse kaas, geraspt
  • 1 bindsla of romaine of batavia

Maal de kappertjes met de peterselie, knoflook en de azijn in een keukenmachine. Schenk er de olie bij. Doe er de kaas bij en meng die er even echt kort door – je wilt die niet tot moes slaan.

Giet over de sla. (Je kunt de saus trouwens ook met succes over gestoomde aardappelen gieten.)

Geplaatst in:
Bijgerecht
Lunchgerecht
salade
Lees meer over:
batavia
bindsla
kappertje
knoflook
parmezaanse kaas
peterselie
romaine
witte wijnazijn