Iets zoets voor op het weiland
En ineens doe je het dan weer. Picknicken. Omdat het mooi weer is en zomer, nu ja vrijwel zomer. Zomer genoeg. En als je dan picknickt, dan voel je ook ineens weer hoe heerlijk alles toch smaakt in de buitenlucht. Waarschijnlijk omdat je je zelf zo prettig voelt als je buiten bent. En misschien ook wel omdat je zomaar kunt zeggen: laten we hier eens gaan zitten en lunchen en dan heb je gewoon alles bij de hand, want het werk is al eerder gedaan. Als er werk is gedaan.
Het succes van een picknick hangt niet echt af van veel werk, meer van de juiste plek, het juiste gezelschap en, de juiste wijn. Nou ja, ‘de juiste wijn’ … wijn. Maar liefst natuurlijk wel lekkere.
Ging onlangs met iemand wandelen die opgewekt zei: „Ik heb de lunch bij me.” Heerlijk natuurlijk en ik nam aan: een appel, een boterham, wat water. Maar toen we zeer ideaal naast een beek waren gezeten, met verrukkelijk uitzicht en behoorlijke honger ging de enorme rugzak die hij meetorste open en daaruit kwamen: twee flessen wijn (we waren met drie personen), een halve gerookte zalm, een citroen, ham en sla-sandwiches, en nog allerlei dingen (yoghurt, chocola, appels) die we niet eens gegeten hebben.
Alleen al de geur van de doorgesneden citroen in de open lucht! De smaak van zalm als je zelf op een met schapenkeutels bestrooid weiland zit en een glas lauwe wijn drinkt uit een plastic bekertje dat alleen blijft staan als je het in je wandelschoen zet! Daar kan weinig tegen op.
Koken lijkt ineens volstrekte nonsens – het wordt heus niet lekkerder dan dit was. Zulke gedachten krijg je van picknicken. Niets kan beter dan het nu is. Maar later denk je wel: beter brood had gekund. Betere zalm ook, eigenlijk. En dan bedoel ik de lekkere wilde gerookte zalm met MSC keurmerk die nu op veel plaatsen wordt verkocht. Wel die citroen houden, al was het maar voor de geur. En misschien was iets zoets nog wel lekker geweest, toe.
Maar welk zoet leent zich nu heel geschikt voor een picknick, zonder gekneusd of verpieterd te raken? Het zoet mag bovendien niet al te kleverig zijn en ook niet brokkelig of kruimelig want je moet het uit de hand kunnen eten. Als je aan het wandelen bent ga je geen bordjes meenemen, het is al mooi als je ergens een vork hebt om die zalm mee op te prikken.
In deze tijd van het jaar is het dan volstrekt duidelijk. Aardbeien. Lekkere zoete en daarvan lekker veel. Ze kunnen gewassen in een plastic bakje met een dekseltje meegenomen worden. Maar dat is nog niet helemaal feestelijk genoeg. Er moet iets bij. Geen slagroom, die neem je niet mee op een wandeltocht. En ook geen zomaar zure room. Maar wel verfranste kwark. En een scheutje drank misschien over die aardbeien, gewoon thuis al doen? Dat kan geen kwaad.
Aardbeien in crème de cassis zijn een geschenk van de Fransen aan de mensheid. En deze romige fromage frais ook. Het lijkt niets, maar maak het gewoon eventjes.
Aardbeien met room (voor 4 personen)
- 1 bakje volle kwark
- 1/8 slagroom
- 3 eetlepels witte (vanille)basterdsuiker
- 1 pond aardbeien
- 3 el crème de cassis
Klop de slagroom met de suiker en vermeng hem met de – bij voorkeur volle – kwark. Ren ermee naar buiten. Prik een aardbei aan de zalmvork en haal hem door de roomkwark. Zeg even niets.
